Pensioen en echtscheiding

Meestal wordt er bij echtscheiding wel duidelijke afspraken gemaakt over alimentatie, kinderen, huis en bezittingen.

Echter, pensioen blijkt in de praktijk een onderwerp dat bij echtscheiding (te) vaak vergeten wordt. Of bij onjuiste toepassing tot financiele schade leidt (belastingheffing).

Dat wilt u natuurlijk voorkomen.

Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps)

Bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beeindiging van een geregistreerd partnerschap bestaat er vanaf 01-05-1995 op grond van artikel 2 e.v. van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wvps) recht op verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.

Dit bedraagt 50% van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen.

Afwijken van deze wettelijke verdeling kan - expliciet - bij huwelijkse voorwaarden of een schriftelijke overeenkomst.

Pensioenrechten vallen (tot 01-05-1995) niet in de huwelijksgemeenschap of boedel. En zijn als zodanig niet verrekenbaar met ander vermogensbestandsdelen (bijvoorbeeld vermogen in geld of (on)roerend goed). Doet u dit wel, dan is dat een belaste verkrijging vanwege overbedeling. En volgt belastingheffing in de vorm van successierechten of Inkomstenbelasting. Hierbij speelt artikel 3.102 Wet IB 2001 (leden 3 en 4). Pensioenen en lijfrenten (waarvan premieaftrek is genoten) zijn wel onderling verrekenbaar.

Op 14-12-2017 is nog een Hoger beroep uitspraak geweest. Een zaak waarin onjuist werd verrekend en belastingheffing volgde (door Hof 's-Hertogenbosch).

Het recht op uitbetaling van het verevende ouderdomspensioen ontstaat bij de uitvoerende pensioeninstantie, mits de echtscheiding/verevening binnen twee 2 jaar na inschrijving van de echtscheiding aan de pensioenuitvoerende instantie is gemeld.

Met dit formulier (versie januari 2018) kunt u de pensioenuitvoerder melden dat u bent gescheiden of dat uw geregistreerd partnerschap is beëindigd en dat u wilt dat het ouderdomspensioen wordt verdeeld. Download: "Mededelingsformulier in verband met verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding" (pdf, 6 pagina's)

Boon / Van Loon Arrest

In de periode van 27-11-1981 tot 01-05-1995 werd pensioen bij echtscheiding veelal verrekend op grond van het Boon-/Van Loon Arrest. Een uitspraak van de Hoge Raad.

Daarbij gold in ieder geval dat er sprake moest zijn van gemeenschap van goederen. Omdat pensioen in de gemeenschap van goederen viel. En dat kan alleen als er geen sprake is van huwelijkse voorwaarden. Overigens sluit sinds 01-05-1995 een huwelijksvoorwaarde pensioenverdeling niet meer uit, mits na deze datum expliciet de huwelijksvoorwaarden de Wet Verevening pensioenrechten bij echtscheiding opnieuw uitsluiten (of bij schriftelijke overeeenkomst van een andere of geen verdeling).

Ook het pensioen dat is opgebouwd voor de huwelijkse periode moest in het Boon / Van Loon Arrest worden verrekend. Dat is ook nu (sinds 01-05-1995) niet meer het geval. Verrekend betekent hier nog dat ook een andere zaak van waarde tegenover de pensioenwaarde ter verdeling kon worden toegescheiden.

Voor het Boon / Van Loon Arrest

Voor 27-11-1981 had een ex-partner slechts in bijzondere gevallen recht op verdeling van pensioen.

Het huwelijk diende tenminste 18 jaar te hebben geduurd en tenminste 1 minderjarig kind zijn geweest tijdens het huwelijk. En er geen andere compensatie is gegeven voor het wegvallen van pensioen.

Is aan deze drie voorwaarden voldaan, dan ontving men een recht op 25% van het ouderdomspensioen.

pensioenverweer

Ook heeft de ex-partner (samenwoners in dit geval mits in samenlevingsovereenkomst overeengekomen) recht (Artikel 57 Pensioenwet) op bijzonder partnerpensioen als de tot verevening verplichte ex-partner voor de pensioendatum komt te overlijden en het pensioenreglement in een partnerpensioen voorziet.

Mits huwelijkse voorwaarden (na 01-05-1995) of een schriftelijke overeenkomst ook dit partnerpensioen expliciet uitsluiten van verdeling bij echtscheiding.

Alleen in de hedendaagse pensioenovereenkomsten komt het veelvuldig voor dat een partnerpensioen op risicobasis is verzekerd. En niet op opbouwbasis.

Bij een op risicobasis verzekerd partnerpensioen betekent dit dat het geen waarde heeft. En niet verdeling vatbaar is. Het partnerpensioen vervalt bijvoorbeeld ook als een werknemer uit dienst treedt (let op: Mogelijkheden in pensioenreglement) of als er geen partner is.

Op 3 mei 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak gedaan over pensioenverweer in het geval van geen of een niet-adequate voorziening bij overlijden van de tot verevening verplichte ex-partner voor de pensioendatum.

Met andere woorden: Als de nabestaandenvoorziening voor de ex-partner geheel komt te vervallen of aanzienlijk minder wordt na de echtscheiding. 

Pensioenverweer is wettelijk mogelijk op grond van artikel 1:153 BW en geldt alleen voor echtscheiding (en niet voor samenwoners).

Door pensioenverweer te voeren kan de definitieve echtscheiding worden opgeschort totdat er een voorziening is getroffen die toereikend is. Dit wordt per omstandigheid van het geval beoordeeld. En dient voor beide partijen billijk te zijn.  

Verder van belang is dat pensioenverweer alleen toeziet op partnerpensioen. En alleen kan worden gevoerd door degene die de echtscheiding niet heeft aangevraagd en de echtscheiding aan hem/haar ook niet verwijtbaar is.

vragen of advies?

Wilt u meer informatie, hebt u een vraag of wilt u advies?

U kunt ons bellen, een e-mail sturen of het contactformulier invullen.