Pensioenakkoord juni 2019

Waaruit bestaat het (principe) Pensioenakkoord van juni 2019?

Inleiding

Op 5 juni 2019 presenteerde het Ministerie van Sociale Zaken, namens Minister Koolmees, de Kamerbrief waarin verwoord het principeakkoord Vernieuwing Pensioenstelsel.

In dit artikel praten wij u bij over onderwerpen die in het principeakkoord staan.

Interssant voor:

  • Ondernemers
  • Werkgevers
  • Werknemers

Status Pensioenakkoord en proces

SER Advies gereed
De Sociaal Economische Raad (SER) heeft het advies gereed.

Rekenen
De sociale partners en pensioenbetrokken partijen zoals de Pensioenfondsen gaan het advies nu vooral uitrekenen. Dit gebeurt achter de schermen.

Referendum vakbonden
Op dit moment zijn eerst de Sociale partners aan zet. Dit zijn werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers zoals de FNV-Bond en CNV-Bond ect.
Die moeten nog instemmen met de voorstellen die er nu liggen. En dat gebeurt via een ledenraadpleging (referendum). Die resultaten worden uiterlijk 15 juni 2019 verwacht.

Najaar 2019
Vervolgens zal in het najaar van 2019 meer duidelijk worden. 

Sectoronderhandelingen en invulling keuze en beleid
Uiteindelijk zullen aan het einde van het traject de onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemers(organisaties) starten om te komen tot afspraken over de invulling van de regelingen binnen hun sector.

wat valt er allemaal onder het pensioenakkoord?

Onderwerpen

Het Pensioenakkoord omvat regelingen over: 

  1. AOW-leeftijd
  2. Vervroegd uittreden en duurzame inzetbaarheid
  3. Verlofsparen voor eerder pensioen
  4. Afschaffen doorsnee-systematiek pensioenfondspremie
  5. Minder risico op kortingen vanwege lage dekkingsgraad
  6. Nieuw type pensioencontract: Minder zekerheid
  7. Eenmalige hoge opname uit pensioenpot op pensioendatum
  8. Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
  9. Meer mogelijkheden deelnemen pensioenfonds voor zelfstandigen
  10. Terugdringen werknemers zonder pensioenopbouw bij werkgever
  11. Instellen Stuurgroep voor evenwichtige invoering
  12. Nabestaandenpensioen duidelijker en beter

In deze bijdrage leest u meer over de 12 onderwerpen van het Pensioenakkoord. 

wie profiteert?

Zijn er winnaars en verliezers?


Vooral ouderen en jongeren proifiteren het meest. Middelbare leeftijd profiteert het minst.

  1. Dekkingsgraad mag minder hoog zijn. Hierdoor minder snel korting. Voordeel voor mensen die vlak voor pensioendatum zitten of al pensioen hebben.

  2. Doorsneesystematiek verdwijnt. Voordeel voor ouderen en jongeren. Bij jongeren door meer pensioen vanwege langere pensioenhorizon. Bij ouderen omdat er lang een lage premie betaald voor hetzelfde pensioen. De 40-plussers profieren hier het minste van (tijdens het  spel veranderen de regels) en vormen de grootste risicogroep. Daarvoor volgt wel compensatie (ci. € 55 miljard voor nodig. Waar komt dit vandaan? Zeer waarschijnlijk ieder een deel)


Opnieuw actie voeren dan maar?


Er is nu alleen een akkoord over de AOW.

De rekenregels voor de transformatie van het pensioenstelsel, de precieze details en de premiefinanciering dient nog te worden uitgewerkt.

AOW-leeftijd voor 2 jaar bevroren

2 jaar: 66 en 4 maanden. Daarna geleidelijk hoger. 67 in 2024


Het plan was om de AOW-leeftijd in 2021 uiteindelijk te verhogen naar 67 jaar. En daarna een-op-een (dus 1 jaar stijging levensverwachting is ook 1 jaar later AOW) mee te laten stijgen met de levensverwachting.

De AOW-leeftijd wordt nu:

  • In 2020 en 2021:
    66 en 4 maanden

  • In 2022:
    66 jaar en 7 maanden

  • In 2023:
    66 jaar en 10 maanden

  • In 2024:
    67 jaar

  • Vanaf 2024:
    Koppeling aan levensverwachting tot 8 maanden per gestegen levensjaar


Afspraken over vervroegd uittreden 

Zelf sparen, vertrekregeling en duurzame inzetbaarheid


Het Kabinet stelt voor op sectoraal niveau afspraken te maken over duurzame inzetbaarheid en over handelingsperspectief voor specifieke groepen werknemers die problemen hebben om de eindstreep te halen, in de vorm van mogelijkheden om vervroegd uit te treden.

Vervroegd uittreden

Werknemer kan het pensioen naar voren halen. En werkgever kan faciliteren met bijvoorbeeld een verlofspaarregeling en - mits voor beiden een vrijwillige keuze - een deel salaris doorbetalen (soort vertrekvergoeding) die tot € 19.000,- bruto niet extra wordt beboet (RVU).

Vanaf 2021 geldt voor een periode van 5 jaar dat de strafheffing Regeling Vervroegde Uittreding-boete die nu geldt op vertrekvergoedingen, niet geldt tot een bedrag van € 19.000,- bruto per jaar. 

Over het meerdere zal de RVU-heffing (is boete) wel gelden. Dit bedrag naar rato indien het uittreden korter dan 3 jaar voor de AOW-datum ligt. 

Er kan zo tot drie jaar voor de AOW-datum worden gestopt met werken (vooral interessant voor zware beroepen) met een combinatie van:

  • Sparen voor verlof
  • Deels vervroegde pensioeningang (pensioen naar voren halen) 
  • Wellicht een deel salarisdoorbetaling

Duurzame inzetbaarheid

Er worden instrumenten beschikbaar gesteld om te investeren in duurzame inzetbaarheid zoals:

  • Om- en bijscholing
  • Loopbaanbegeleiding
  • Deeltijdpensionering
  • Generatiepactregelingen


Sectoraal kan een goede inschatting gemaakt worden welke instrumenten het meest effectief zijn. Het kabinet wil deze sectorale afspraken faciliteren door een budget van in totaal 800 miljoen beschikbaar te stellen.

Leven-Lang-Ontwikkelen

Ook zet het Kabinet in op een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). En werkt het kabinet samen met de Stichting van de Arbeid (STAR) aan een regeling voor een publiek leer- en ontwikkelbudget, het ‘STAP-budget.

Meerjarig integraal investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid

Tenslotte wordt een meerjarig integraal investeringsprogramma voor duurzame inzetbaarheid vormgegeven.

Het kabinet stelt hiervoor structureel een budget beschikbaar ter grootte van 10 miljoen per jaar als bijdrage aan beleid gericht op gezond doorwerken tot het pensioen.

bovenwettelijk verlofsparen

Van 50 naar 100 dagen verlof sparen


Bovenwettelijk verlof sparen om eerder met pensioen te gaan. Het Kabinet stelt voor de grens te verhogen naar 100 bovenwettelijke verlofdagen.

Nu is het al mogelijk om voor maximaal 50 verlofdagen te sparen en op elk moment bovenwettelijk verlof op te nemen. 

Overwerk en ploegendiensten kunnen bijvoorbeeld als extra verlof worden gespaard. Er zal ook hierover op sectoraal niveau afspraken worden gemaakt.

Of door de toeslagen voor onregelmatigheid ect. in te zetten voor individuele vrijwillige extra pensioenopbouw (waar dan een regeling voor wordt ontworpen).

Hogere pensioenopbouw jongeren in nieuw stelsel: Naar voren halen

Doordat de pensioenpremie anders wordt vastgesteld (zie hierna: Afschaffing doorsneepremie) kunnen jongeren die vroeg beginnen met werken ook een hoger pensioen opbouwen en dat tenslotte benutten om eerder te stoppen met werken.

Uittreden na aantal dienstjaren

Verder wordt onderzocht of uittreden onder voorwaarden gekoppeld kan worden aan het aantal dienstjaren. Bijvoorbeeld bij 45 dienstjaren.

Afschaffen doorsneepremie 

Pensioen anders financieren


De pensioenpremie van de meeste pensioenfondsen is gebaseerd op een solidariteitssysteem. En iedereen - jong en oud - betaalt dezelfde hoogte premie. En krijgt daarvoor hetzelfde pensioen. Dat noemt men “Doorsneepremie”.

Dit systeem pakt niet altijd even redelijk uit voor jongeren of werkenden die van baan en pensioenfonds wisselen. Die profiteren niet van de latere lage premie als ze ouder worden. Maar hebben wel de gemiddelde hogere premie voldaan. En krijgen hiervoor geen hoger pensioen terug.

Een doorsneepremie is gebaseerd op een gemiddelde leeftijd. Bijvoorbeeld: 45 jaar (verschilt per pensioenfonds).

Bovendien wordt door een ouder wordend deelnemersbestand of een beperkter deelnemersbestand in de steeds flexibelere arbeidsmarkt (denk aan de vele ZZP-ers, flexwerkers en mensen die regelmatiger van baan wisselen) komt deze premievaststelling onder druk te staan. En is op termijn niet houdbaar.

En tot slot speelt de lage rente en stijgende levensverwachting. De premie zal steeds sterker moeten stijgen om het beloofde pensioen na te komen en/of de dekkingsgraad op peil te houden.

Leeftijdsonafhankelijke premie

Er wordt de volgende oplossing gepresenteerd:

Leeftijdsonafhankelijke premie met pensioenopbouw die past bij die premie. Voor jongeren kan dit betekenen dat meer pensioen kan worden opgebouwd. Er is immers meer tijd om te renderen.

Het nadeel dat de doorsneegroep (40 tot 45-plussers) hierdoor zal ondervinden dient zoveel mogelijk gecompenseerd te worden. Hoe dat wordt geregeld, stelt een onderzoekscommissie vast.

Waarschijnlijke bronnen zijn de premie die lager kan zijn niet verlagen en het overschot reserveren, pensioenleeftijd van 67 jaar naar 68 jaar waar dit nog niet is gedaan en de premiebesparing reserveren. En andere technische voordelen. 

Minder risico op kortingen op pensioen 

Dekkingsgraad mag lager


In het voorgestelde nieuwe pensioencontract dient een pensioenfonds de pensioenuitkeringen te korten bij een dekkingsgraad van 100%.

Nu is dat bij 104% of 105%. En verschilt per pensioenfonds.

En kan dus er sneller worden verhoogd. Of er hoeft minder snel te worden gekort.

Hierdoor kan het inhalen van eerdere kortingen of gemiste indexatie (inhaalindexatie) sneller plaatsvinden omdat de grens nu lager ligt. Daarin schuilt echter ook een gevaar (probleem naar de toekomst verschuiven). Er zullen regels voor komen.

Tijdelijk minder snel korten

Vanwege het principeakkoord worden de huidige kortingsregels tijdelijk versoepeld.

Gedurende de overgang naar het nieuwe stelsel hoeft er bij dekkingsgraad boven de 100% niet gekort te worden (was 104%). Concreet zullen de pensioenfondsen dus extra tijd krijgen om aan de financiële vereisten te voldoen.

Pensioenfondsen die al vijf jaar lang in onderdekking zitten en ook aan het eind van het jaar een dekkingsgraad onder de 100% hebben, zullen wel een onvoorwaardelijke korting moeten doorvoeren zodat ze weer op 100% uitkomen.

Met deze maatregel is de kans dat pensioenfondsen al in 2020 moeten korten veel kleiner geworden. Of kan de korting lager zijn dan onder de oude/huidige regels omdat de grens van 100% eerder is bereikt.

Nieuw type pensioencontract

Van uitkeringsovereenkomst naar premieovereenkomst


Na het afschaffen van de doorsneepremie ontstaat een nieuwe vorm van het pensioencontract. Pensioenen worden minder zeker. Maar bewegen sneller mee met de economie. Dit kan soms gunstig en soms ongunstig zijn. Hierdoor is er ook een lagere buffer (dekkingsgraad) nodig.

Verder speelt hierbij het volgende:

Meer beleggingsrisico nemen

Pensioenfondsen kunnen meer beleggingsrisico's nemen. Wat het rendement ook ten goede kan komen. Zowel in de opbouwfase als in de uitkeringsfase. 

Kostendekkende premie

Het nieuwe pensioencontract met de kostendekkende premie is een variant waarbij de pensioenpremie uniform is en voor iedereen gelijk en kostendekkend, stabiel en beheersbaar dient te zijn. Met als resultaat een koopkrachtig pensioen.

Dit betekent dat wordt gerekend naar een premie die past bij de pensioenaanspraak op basis van bepaalde rekenuitgangspunten. Alleen is de uitkering niet meer zeker. Hoewel voorzichtig wordt begroot (rekenrente is Ultimate Forward Rate, langetermijnrente en die is laag).

Op dit moment wordt een dergelijke regeling veelal uitgevoerd door een Algemeen Pensioen Fonds (APF).

Tweede variant pensioencontract

Er is ook nog een tweede soort pensioencontract mogelijk: Alleen de premie staat vast.

De uiteindelijke pensioenuitkering is onzeker en afhankelijk van inleg, kosten, beleggingsrendement, rentestand en levensverwachting op pensioendatum.

Dit pensioensysteem bestaat al jaren via Verzekeraars, Premie Pensioen Instellingen (PPI) en bij sommige Algemeen Pensioen Fondsen (APF-en) en wordt een Premiepensioen genoemd. Beter bekend als de Beschikbare premieregeling.

Variabele pensioenuitkering?

De pensioenuitkering kan stijgen of dalen onder invloed van de economie (beleggingsresultaten, rente, levensverwachting of anderzins). Er is wel de eis dat een evenwichtig plan wordt gemaakt om te voorkomen dat pensioenuitkeringen te sterk wisselen. Een verschil dient in maximaal 10 jaar verspreid te worden.

Nu al kent men bij premieovereenkomsten via een verzekeraar of Premie Pensioen Instelling (PPI) of Algemeen Pensioen Fonds (APF) de mogelijkheid om door te beleggen na pensioendatum: De Wet Verbeterde Premieregeling. Ook wel Variabel Pensioen genoemd. Men wil dit dus ook voor pensioenfondsen mogelijk maken. In beide contracten.

Life-cycle en profielbeleggen

Verder zal het beleggingsbeleid rekening moeten houden met leeftijdssamenstelling en risicohouding van de deelnemers. Een zogenoemd Life Cycle systeem (afbouw risico naarmate pensioendatum nadert) en profiel beleggen (uw gewenste risico).

Er zal in het jaarlijks Uniform Pensioen Overzicht (UPO) voortaan een verwacht, een optimistisch en een pessimistisch scenario worden getoond. Zo weten deelnemers wat ze aan pensioen kunnen verwachten, maar ook dat het pensioen meer of minder kan worden.

Alle pensioencontracten bij pensioenfondsen aanpassen

Alle pensioencontracten bij pensioenfondsen moeten dus worden aangepast in overleg met de werkgevers- en werknemersvertegenwoordiging.

Van een zogenaamde uitkeringsovereenkomst (pensioenuitkering staat "vast") is straks geen sprake meer.

Het wordt of het systeem van de kostendekkende premie of alleen de premie als uitgangspunt.

De sectoren en pensioenfondsen zullen bezien welk systeem goed past. 

Eenmalige hoge opname op pensioendatum

10% pensioenkapitaal ineens opnemen


Er komt een mogelijkheid om eenmalig een hoge opname te doen van 10% van de waarde van de pensioenuitkering op pensioeningangsdatum. En dit zal ook gelden voor bijvoorbeeld lijfrenten (die u privé bijvoorbeeld bezit).

Verdere keuzemogelijkheden worden nog onderzocht, bijvoorbeeld:

  • Een deel pensioen ineens voor aflossing van de hypotheek opnemen
  • Groener beleggen
  • Keuze tussen deel vast en deel variabele pensioenuitkering


Stuurgroep voor onderzoek zorgvuldige uitwerking plannen

Rekenen en invaren?

Er wordt een Stuurgroep samengesteld die zich buigt over de financierbaarheid en evenwichtige uitvoering van de plannen zodat er geen pechsituaties ontstaan voor ouderen in de transformatie van het pensioenstelsel en vanwege de andere methode van financieren.

En zal er beleid moeten worden gemaakt over hoe om te gaan met de huidige opgebouwde pensioenaanspraken? Worden deze overgezet naar het nieuwe pensioencontract (invaren genoemd) of blijft dit gescheiden van elkaar?

Uiteindelijk zullen de sectoren hierover nadere afspraken maken.

Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

Niet afhankelijk van overheidsfinanciering

Zelfstandigen dienen zich wettelijk verplicht te verzekeren tegen het inkomensrisico van arbeidsongeschiktheid (eerst sinds 2004 afgeschaft).  

Het kabinet vraagt eerst een onderzoek aan de sociale partners in overleg met vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties en in het begin van 2020 een uitvoerbaar voorstel uit te werken dat betaalbaar is en voor iedereen toegankelijk is voor de zomer van 2020.

Het kabinet verlangt wel een uitzondering voor deze verplichting te laten gelden, bijvoorbeeld als sprake is van beter passende arrangementen (voorbeeld zoals dit in de agrarische sector gangbaar is).

Of indien er al een arbeidsongeschiktheidsvoorziening is, zo kunnen wij ons voorstellen (opt-out-regeling). Veel hierover is nog niet bekend. Wij zullen u in onze volgende nieuwsbrieven informeren zodra hierover meer bekend is.

Meer mogelijkheden voor zelfstandigen om deel te nemen in pensioenfonds

Pensioendeelmame zelfstandigen wordt uitgebreid

Zelfstandigen kunnen nu alleen pensioen opbouwen bij een pensioenfonds indien zij voorafgaand aan het ondernemerschap als gewone werknemer hebben deelgenomen. Dit is vrijwillige voorzetting pensioenopbouw en voor zover het pensioenreglement dit mogelijk maakt.

Het aansluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar de zelfstandige werkt wordt nu eventueel mogelijk gemaakt ook als de zelfstandige daarvoor niet als werknemer heeft deelgenomen bij het pensioenfonds.

Voor zelfstandigen die in verschillende sectoren werken, zal het kabinet verschillende uitvoeringsmogelijkheden onderzoeken.

Ook de wens van de zelfstandigen voor pensioenopbouw bij een pensioenfonds wordt nog onderzocht. Zelfstandigenorganisaties komen hierop terug.

De twee nieuwe soorten pensioencontracten (Premieregelingen) én de afschaffing van de doorsneesystematiek zorgen ervoor dat pensioenopbouw toegankelijker en aantrekkelijker wordt voor de ZZP-er. Het wordt gemakkelijker om een variabele premie in te leggen, afhankelijk van het bedrijfsresultaat. 

Werknemers zonder (verplichte) pensioenopbouw

Werkgevers zonder verplichte pensioenaansluiting

Het aantal werknemers dat geen arbeidsvoorwaardelijk pensioen opbouwt bij een werkgever is de afgelopen jaren toegenomen.

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek:
29% van de werkgevers heeft geen pensioenregeling. Dit is ongeveer 80.000 bedrijven met circa 850.000 werknemers. De helft van de werknemers is jonger dan 35 jaar.

Het bieden van een pensioenregeling aan werknemers is een verantwoordelijkheid van werkgever- en werknemer(organisaties). Maar het Kabinet wil pensioenopbouw stimuleren.

Hiervoor komt een plan. Bijvoorbeeld het stimuleren van afspraken binnen sectoren waar momenteel geen afspraken zijn gemaakt over een pensioenregeling, zodat meer werknemers pensioen gaan opbouwen.

Sectoren zonder pensioen

Bijvoorbeeld de uitzendbranche. Maar ook andere branches en sectoren: De nijverheid, de commerciële en de niet-commerciële dienstverlening.

De commerciële dienstverlening spant de kroon: Bijna 598 duizend  werknemers zonder pensioenopbouw. Binnen deze sector is de sector "Industrieel ontwerp en vormgeving, fotografie, vertaling en overige consultancy" de sector met relatief het hoogste aandeel en de sector "Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer" de sector met het hoogste absolute aantal (185 duizend werknemers zonder pensioen).

Uit de uitkomsten blijkt dat van alle werkgevers zonder pensioenregeling het in 98 procent van de gevallen een bedrijf betreft met minder dan 10 werkzame personen.

Nabestaandenpensioen duidelijker. En Beter.

Nabestaandenpensioen onduidelijk


Al eerder is aangegeven dat het nabestaandenpensioen meer moet worden gestandaardiseerd. En er niet meer zoals nu verschillende definities en daarmee uitwerkingen naast elkaar bestaan.

Het nabestaandenpensioen dient beter gewaarborgd te worden en eenvoudiger zodat risico’s op geen of te weinig nabestaandenpensioen worden verkleind. Wij schreven er al eerder over.

In de huidige situatie bestaan verschillende soorten nabestaandenpensioen naast elkaar bestaan. Zowel in hoogte als verzekeringsvorm. 

Voor deelnemers is dit onoverzichtelijk en onduidelijk. Bovendien ontstaat het risico op het ontbreken van een partnerpensioen bij baanwisselingen, werkloosheid of echtscheiding en zonder dat de deelnemer daarvan bewust is.

Het kabinet is van mening dat de hervorming van het stelsel bij uitstek de gelegenheid is voor een herziening van het nabestaandenpensioen.

Meer weten over uw eigen pensioenakkoord?

Wacht niet langer. En maak úw eigen pensioenplan.

U kunt ons altijd bellen, een e-mail sturen of onderstaand contactformulier invullen.



Terug naar overzicht

Online contactformulier

Gegevens aanvrager:
Ik wil mij inschrijven voor de nieuwsbrief

Bij het versturen van dit formulier stemt u er mee in dat wij uw gegevens mogen gebruiken om contact met u op te nemen. Uw gegevens worden veilig en gecodeerd verstuurd via onze SSL verbinding en worden niet opgeslagen in onze database.


Online webcam afspraak maken


Wilt u een online webcam afspraak met ons inplannen? Volg onderstaande link en plan uw afspraak in!
https://pensioenadviesbureaugerritsen.24sessions.com/

Deel deze pagina