|
Ontslag & Gouden Handdruk |
►
Sociale Zekerheid en Werkloosheid
Wanneer u - geheel of
gedeeltelijk - werkloos wordt, kan de WW-uitkering het verlies aan inkomen
gedurende een bepaalde periode gedeeltelijk opvangen.
Sinds 1 oktober 2006 is er het een en ander veranderd. Hier leest u meer
over de huidige voorwaarden voor een WW-uitkering. Bent u vóór 1 oktober
2006 of 11 augustus 2003 werkloos geworden, dan gelden er
andere
voorwaarden
en soorten WW-uitkeringen.
Naast de duur van de WW-uitkering zijn er ook andere voorwaarden gewijzigd.
U hoeft in beginsel niet meer te protesteren tegen uw ontslag, maar het UWV
toetst nog wel of u verwijtbaar werkloos bent geworden (dringende reden /
zonder noodzaak zelf ontslag genomen). Vanaf 1 juli 2006 is het makkelijker
om vanuit de WW een eigen onderneming op te richten.
Wanneer de WW-uitkering stopt (en u hebt nog geen ander werk gevonden) geldt
de Wet Werk en Bijstand (WWB).
*Tot
een maximum inkomen van (cijfers 2010) € 48.715,- waarvan 70% = € 34.101,00
1.
Hoe lang hebt u recht op een WW-uitkering?
Wanneer u vanaf 1 april 2006 een beroep doet
op de WW-uitkering, dient u in voorafgaande 36 weken tenminste 26 weken in loondienst
te hebben gewerkt. Dit is de weken-eis.
Sinds 1 januari 2005 worden de daadwerkelijk gewerkte jaren vanaf 1998
meegeteld om de duur van de uitkering te bepalen. Voor elk jaar vanaf 1998
moet u kunnen aantonen dat u voor 52 of meer dagen loon heeft ontvangen, wil
dat jaar meetellen voor uw arbeidsverleden. Dit is de (feitelijke)
jaren-eis. Voor de jaren vóór 1998 wordt teruggekeken tot en met het
kalenderjaar waarin u achttien jaar werd. Dit heet het fictieve
arbeidsverleden. Het totaal omvat volgens de (onderstaande tabel) de duur
van de langere WW-uitkering..
In de nieuwe regeling geldt dat de jaren die iemand besteedt aan de verzorging van kinderen tot 5 jaar voor de helft meetellen als jaren waarin is gewerkt. Over 2005 en 2006 tellen deze jaren voor 75% mee, terwijl voor de periode 1998 tot en met 2004 volledige meetelling geldt.
Voldoet u aan de weken-eis maar niet aan de jaren-eis, dan ontvangt u een
kortdurende uitkering. Deze duurt maximaal 3 maanden.
Indien u aan bovenstaande weken- én jaren-eis voldoet, dan krijgt u een
langere WW-uitkering. De uitkering duurt in maanden even lang als uw
arbeidsverleden met een maximum van 38 maanden.
De hoogte van de kortdurende en langere WW-uitkering is in beide gevallen
loongerelateerd en bedraagt gedurende de eerste 2 maanden 75% daarna 70% van uw laatste salaris (salaris tot maximaal € 48.716,00
in 2010).
Voorbeeld duur langere WW-uitkering en arbeidsverleden: |
Bij een arbeidsverleden van: |
Is de duur van de uitkering: | |
4 jaar |
4 maanden | |
18 jaar |
18 maanden | |
38 jaar |
38 maanden | |
40 jaar |
38 maanden |
< terug naar boven
>
2. Kortdurende uitkering
Voldoet u niet aan de 4-uit-5-jaren-eis (loongerelateerde
uitkeringseis) maar wel aan de weken-eis?
Dan heeft u recht op een
kortdurende WW-uitkering. Deze uitkering
duurt maximaal 3 maanden en bedraagt de eerste 2
maanden 75% en daarna 70% van het laatste loon
(salaris tot maximaal € 48.716,00 in
2010).
< terug naar boven
>
3.
Eigen onderneming starten vanuit de WW?
In de WW is een aparte
regeling om mensen te stimuleren een eigen bedrijf te beginnen. Als het UWV
toestemming verleent, kunt u gedurende een periode van maximaal zes maanden met
behoud van uw uitkering als ondernemer aan de slag. U mag opdrachten verwerven
en uitvoeren zonder dat u hoeft te solliciteren.
De inkomsten worden tijdens de oriëntatieperiode van maximaal zes maanden voor
70% verrekend met de uitkering.
Als u na de oriëntatieperiode besluit door te gaan met uw eigen bedrijf, stopt
de uitkering. Het is ook mogelijk om in deeltijd door te gaan met uw eigen
bedrijf. Het recht op een WW-uitkering wordt dan gedeeltelijk beëindigd. Er
geldt dan weer een sollicitatieplicht voor de uren waarvoor u een WW-uitkering
ontvangt.
< terug naar boven
>
►
Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers (IOAW) is bedoeld voor oudere werkloze werknemers. De IOAW geldt na
het einde van uw WW-uitkering. Voor werknemers die voor 11 augustus 2003
werkloos zijn geworden, geldt nog de vervolguitkering. Werknemers die op of na
11 augustus 2003 werkloos zijn geworden, komen niet meer in aanmerking voor de
vervolguitkering op de WW. De IOAW-uitkering sluit dus aan op de WW-uitkering.
Door de komst van de Wet werk
en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) per 28 december 2005 geldt de IOAW
niet meer voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. De
IOAW-uitkering zal in de loop van 2006 worden vervangen door een toeslag op
grond van de Toeslagenwet. Als u op 28 december 2005 al een IOAW-uitkering
ontving en geen recht hebt op een toeslag, dan blijft u uw IOAW-uitkering
behouden. U heeft geen recht op een toeslag als u een partner heeft die
geboren is na 31 december 1971 én geen kind heeft dat jonger is dan 12 jaar.
Voorwaarden IOAW-uitkering: a. Indien de loongerelateerde WW-uitkering eindigt en bij aanvang werkloosheid was u 50 jaar of ouder;
b. Werkloze werknemers die werkloos zijn geworden na het bereiken van de leeftijd van 57,5 jaar en alleen recht hebben op een kortdurende uitkering;
c. Gedeeltelijk arbeidsongeschikt (< 80%) en u ontving op 28 december 2005
al een IOAW-uitkering, maar u heeft geen recht op een toeslag
via de Toeslagenwet, omdat u een partner heeft die na 31
december 1971 is geboren én geen kind heeft dat jonger is dan 12 jaar;
d. Jonggehandicapten met een gedeeltelijke Wajong-uitkering < 80%.
Een oudere of gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemer kan, onder diverse voorwaarden, een IOAW-uitkering ontvangen op het niveau van het sociaal minimum. In tegenstelling tot een Bijstandsuitkering wordt bij een IOAW-uitkering niet gekeken naar vermogen of eigen woning.
Komt u niet in aanmerking voor een IOAW-uitkering, dan is een beroep op de Bijstandswet onder voorwaarden mogelijk.
< terug naar boven
>
►
Voorgaande wetgeving WW
Bent u vóór 11
augustus 2003 werkloos geworden, dan hebt u na het eindigen van de
loongerelateerde uitkering (duur op basis van de onderstaande tabel)
nog recht op een vervolguitkering.
Alleen als men voor 11 augustus 2003 werkloos is geworden (of als de
werkloosheid later is ingetreden, maar al voor 11 augustus 2003 schriftelijk
was aangezegd), bestaat er na de loongerelateerde uitkering recht op een
vervolguitkering. Deze bedraagt 70% van het minimumloon gedurende twee jaar.
Voor wie 57½ jaar of ouder was bij aanvang van de werkloosheid, loopt de
vervolguitkering door tot het 65e jaar.
Bent u vóór 1 oktober 2006 werkloos geworden, dan heb u recht op een langere
WW-uitkering op basis van de onderstaande tabel:
De arbeidsjaren bestonden uit een feitelijk (vanaf 1998) en fictief
arbeidsverleden. Het fictieve arbeidsverleden is het aantal kalenderjaren
vanaf het jaar waarin u 18 jaar werd tot aan 1998.
|
Bij een arbeidsverleden van: |
Is de duur van de uitkering: | |
4 jaar |
6 maanden | |
5 tot 10 jaar |
9 maanden | |
10 tot 15 jaar |
1 jaar | |
15 tot 20 jaar |
1,5 jaar | |
20 tot 25 jaar |
2 jaar | |
25 tot 30 jaar |
2,5 jaar | |
30 tot 35 jaar |
3 jaar | |
35 tot 40 jaar |
4 jaar | |
40 jaar of meer |
5 jaar |
Ook bestond er nog recht op een
kortdurende uitkering op basis van de navolgende voorwaarden:
De uitkering
duurt 6 maanden en bedraagt 70% van het minimumloon of 70% van uw loon indien dit lager was dan het minimumloon.
De WW-uitkering kan onder voorwaarden worden aangevuld met een toeslag op grond van de Toeslagenwet, indien uw totale (gezins)inkomen lager is dan het sociaal minimum.
< terug naar boven
> |