| ||||||||||||||||||||
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ZZP Pensioen | ||
| Individueel product | ||
| Binnen de onderneming | Buiten de onderneming | |
| - Pensioen in eigen beheer | - Bank | |
| - Fiscale oudedagsreserve | - Verzekeraar | |
| - Beleggingsinstelling |
| ZZP Pensioen | ||
| Collectieve regeling | ||
| Binnen de onderneming | Buiten de onderneming | |
|
- |
- Verplichte beroeps- of bedrijfstakpensioenregeling |
|
|
- |
- Vrijwillig: Werknemerspensioen voortzetten bij uitdiensttreding en zelfstandige worden (mits mogelijk, zie uw pensioenreglement) |
|
|
- |
- In onderzoek: Vrijwillige aansluiting collectieve regeling en uitbreiding mogelijkheden vrijwillige voortzetting werknemerspensioen |
Ook
de
Pensioenfederatie
komt met een eigen onderzoek (19-03-2013) en ziet
oplossingen bij uitbreidingen van de mogelijkheden
tot (vrijwillige) voortzetting.
Bent
u zelfstandige (met of zonder personeel) en wenst u
zelf een persoonlijk advies? Pensioen Adviesbureau
Gerritsen ondersteunt u in het beeldvorming- en
adviesproces, zodat u met de uitkomsten bewuste en weloverwogen keuzes kunt maken
welke relevant zijn voor uw specifieke situatie.
Dit doen wij onder meer met behulp van een inkomensanalyse waar de
financiële consequenties van pensionering, en/of (vroegtijdig)
overlijden en/of ziekte/arbeidsongeschikt zoveel
mogelijk cijfermatig in beeld worden gebracht. Zo
weet u in absolute getallen welke inkomens- en
vermogensposities er bestaan indien een van genoemde
scenario's zich voordoen. Wij houden daarbij
rekening met de (overige) inkomsten, uw
vermogen/bezit/schuld, uitgaven en wensen zodat er
een goede samenhang ontstaat met uw
inkomensdoelstelling(en).
Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen, neemt
u dan gerust
contact met ons op.
< terug naar boven >
AOW
(en pensioen) op latere leeftijd? Een overzicht.
Op 11 juli 2012
is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het Wetvoorstel "Wet
verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd" waarmee de wet is
aangenomen.
Voor die tijd ontving u de AOW-uitkering en - veelal ook - het opgebouwde
pensioen bij uw werkgever(s) v.a. uw 65 jarige leeftijd. Dat
wordt nu anders.
Vanaf 1 januari 2013 gaat de AOW-leeftijd van 65 jaar
geleidelijk omhoog naar - eerst - 67 jaar in 2023. Vanaf 1
januari 2014 gaat de pensioen(richt)leeftijd voor het
pensioen bij uw werkgever direct omhoog naar 67 jaar voor
het pensioen dat u vanaf dat moment opbouwt, mits uw
werkgever/bij CAO-betrokken partijen overeen komen alsnog
een lagere pensioenleeftijd te hanteren. De hoogte van de
toekomstige opbouw van het pensioen via uw werkgever zal
wellicht ook lager worden.
Hierna treft u een overzicht van de (prognose) AOW-leeftijd:
| Jaar | AOW-leeftijd | Betreft personen geboren |
| 2013 | 65 jaar en 1 maand | Na 31-12-1947 en voor 01-12-1948 |
| 2014 | 65 jaar en 2 maanden | Na 30-11-1948 en voor 01-11-1949 |
| 2015 | 65 jaar en 3 maanden | Na 31-10-1949 en voor 01-10-1950 |
| 2016 | 65 jaar en 5 maanden | Na 30-09-1950 en voor 01-08-1951 |
| 2017 | 65 jaar en 7 maanden | Na 31-07-1951 en voor 01-04-1953 |
| 2018 | 65 jaar en 9 maanden | Na 31-05-1952 en voor 01-04-1953 |
| 2019 | 66 jaar | Na 31-03-1953 en voor 01-01-1954 |
| 2020 | 66 jaar en 3 maanden | Na 31-12-1953 en voor 01-10-1954 |
| 2021 | 66 jaar en 6 maanden | Na 30-09-1954 en voor 01-07-1955 |
| 2022 | 66 jaar en 9 maanden | Na 30-06-1955 en voor 01-04-1956 |
| 2023 | 67 jaar | Na 31-03-1956 en voor 01-01-1957 |
| 2024 | 67 jaar en 3 maanden (*) | Na 31-12-1956 en voor 01-10-1957 |
| 2025 | 67 jaar en 6 maanden (*) | Na 30-09-1957 |
(*)Op basis
van huidige prognose levensverwachting. Definitieve
vaststelling uiterlijk 01-01-2019 respectievelijk
01-01-2020.
Bronnen:
CBS, artikel inzake AOW d.d.
17-07-2012,
Rijksoverheid, Regeringsnieuws
11-07-2012
Klik hier voor het openen
van: Tabeloverzicht jaar en AOW-leeftijd (Bron:
Regeringsnieuws 11-07-2012)
Samenvattend komt de verschuiving van de
AOW-pensioenleeftijd neer op:
- 2019: 66 jaar
- 2023: 67 jaar
Na 2023 stijgt de AOW-leeftijd met de levensverwachting.
Ieder jaar bekijkt de Regering of de
levensverwachting is
gestegen. Wanneer de levensverwachting met 3 maanden stijgt,
gaat de AOW-leeftijd 5 jaar later met 3 maanden omhoog. Het
eerste toetsmoment is 2019.
De hoogte van de pensioenopbouw** wordt met ingang van 1
januari 2014 beperkt ten opzichte van de maximale opbouw en
wel als volgt:
- Einloonpensioenregeling: Van 2,0% opbouw per dienstjaar
naar 1,90% opbouw per dienstjaar
- Middelloonpensioenregeling: Van 2,25% opbouw per
dienstjaar naar 2,15% opbouw per dienstjaar
Indien de pensioenregeling een pensioenleeftijd van 65 jaar
wil blijven hanteren, dan wordt het opbouwpercentage 1,63%
(eindloonpensioenregeling) respectievelijk 1,84% (middelloonpensioenregeling)
per dienstjaar. Voor een pensioenregeling op basis van
beschikbare premies heeft het Ministerie Van Financiën
gewijzigde staffels gepubliceerd**.
**Bron: Belastingdienstpensioensite, Vraag en Antwoord d.d.
17-06-2012
Door de wijziging(en) in opbouwpercentages en
pensioenleeftijd zullen ook de meeste pensioenregelingen
moeten worden aangepast.
Wilt u advies en/of ondersteuning bij de communicatie over
deze wijzigingen, dan kunnen wij u
van dienst zijn.
< terug naar boven >
Minister Kamp
van SZW heeft besloten dat per 1 januari 2012 de afkoopgrens
voor pensioenaanspraken in 2012 ligt op EUR 438,44 (ook wel
bekend als: "Afkoopgrens kleine pensioenen").
< terug naar boven >
AOW voortaan op
verjaardag
Vanaf 1 april
2012 gaat de AOW-uitkering (uitkeringsinstantie: Sociale
Verzekerings Bank, SVB) voortaan in op uw 65e verjaardag.
Tot die tijd is dat (nog) de 1e van de maand waarin u de 65e
jarige leeftijd bereikt. De Eerste Kamer heeft op 6
december 2011 ingestemd met het wetsvoorstel hiertoe van
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).
De wijziging geldt niet voor de z.g. aanvullende
pensioenen. U kunt hierdoor te maken krijgen met drie
verschillende ingangsdata van uw pensioen(en), n.l.:
1. Op uw 65e verjaardag zelf
2. Op de 1e van de maand waarin u de pensioengerechtigde
leeftijd (65 jaar) bereikt
3. Op de 1e van de maand volgend op de maand waarin u de 65e
jarige leeftijd hebt bereikt
Sociale partners zullen hierover afspraken maken in de CAO's.
< terug naar boven >
In 2008
maakten de overkoepelende organisaties van pensioenfondsen
en verzekeraars al bekend in samenwerking met de Sociale
Verzekerings Bank (SVB) een nationaal pensioenregister in te
richten.
De Ministerraad heeft vrijdag 5 februari 2010 bekend gemaakt
- op voorstel van Minister Donner (Sociale Zaken) - in te
stemmen met een wetsvoorstel dat het pensioenregister
mogelijk moet maken.
Vanaf 2011 kan iedereen zowel het aanvullend
opgebouwd pensioen (opgebouwd in de werkgevers-werknemers-verhouding, óók van eerdere
werkgevers) en de AOW raadplegen via internet
door middel van het burgerservicenummer en de digitale
handtekening DigiD voor overheidszaken.
Dit vergemakkelijkt uw overzicht van de totaal opgebouwde
pensioenen. Tegelijkertijd is dit een goed instrument om uw
pensioeninkomen bij ouderdom, vroegtijdig overlijden en
ziekte/arbeidsongeschiktheid beter te begroten omdat de
meest essentiële gegevens nu integraal beschikbaar zijn.
De website waarop u toegang kunt krijgen tot het Nationaal
Pensioenregister is:
http://www.mijnpensioenoverzicht.nl/
Pensioen Adviesbureau Gerritsen kan u van dienst zijn met een pensioen- en inkomensanalyse. Daarmee krijgt u inzichtelijk welk inkomen u bij ouderdom, overlijden en/of arbeidsongeschiktheid tegemoet kunt zien en belangrijker nog of het door u gewenste of minimaal noodzakelijke netto besteedbaar inkomen wel gerealiseerd wordt of dat bepaalde onderdelen nog extra aandacht verdienen. Deze dienst verlenen wij u op project-/uurbasis. Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen, neemt u dan gerust contact met ons op.
Pensioenverzekering in beleggen en (bijna) met pensioen?
Voor werknemers met een pensioenbeleggingsverzekering (z.g. Beschikbare premie
pensioen, thans Premieovereenkomst genoemd) die bijna met pensioen gaan is er
een tijdelijke versoepeling op komst, besluit nummer AV/PB/2008/32567, 5
februari 2009.
Vanwege de huidige situatie op de financiële markten kan de a.s. gepensioneerde
met een dergelijke pensioenverzekering geconfronteerd worden met:
1. Een (sterk) gedaald pensioenkapitaal vanwege een negatief beleggingsresultaat
2. Lage marktrentestand voor aankoop van levenslange pensioenuitkeringen
Dit heeft tot gevolg dat de levenslange pensioenuitkering lager zal zijn,
terwijl een nadien optredend herstel niet meer doorwerkt in de uitkering,
immers: De levenslange uitkering staat op het aankoopmoment vast en zal niet
meer wijzigen.
Minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stemt in met een tijdelijke regeling
waarbij de pensioengerechtigde voor een deel het pensioen voor 5 jaar aankoopt
en het restant van het niet-aangekochte pensioen uitstelt (5 jaar). Deze
constructie staat ook wel bekend als "Een knip in de pensioenuitkering".
Deze versoepeling ziet toe op de nu bekende situaties (2009) waarin om een
beleggingsknip is gevraagd.
Degene die uiterlijk over 5 jaar (vóór 1 januari 2014) met pensioen gaan,
krijgen op de pensioendatum de mogelijkheid om de aankoop van hun pensioen voor
een deel uit te stellen (Pensioenknip) met maximaal 5 jaar. Hiertoe zal de
Pensioenwet tijdelijk worden aangepast.
Overigens benadrukt de Minister, is de maatregel geen garantie voor een betere
pensioenuitkering van het deel dat uitgesteld wordt, dat is en blijft
afhankelijk van de ontwikkeling/beleggingsprestaties gedurende de uitstelperiode
en de marktrente bij aankoop van de uitkering. Daarnaast mag de individuele
beleggingsportefeuille in de uitstelperiode niet wijzigen.
Er zal overleg gaan plaatsvinden met de uitvoerders van dergelijke pensioenen
(veelal verzekeraars) op welke termijn dit praktisch kan worden toegepast.
< terug naar boven >
Vangnet AOV uitgebreid
Vanaf 1 november 2008 is de Vangnet AOV verbeterd.
De Vangnet AOV is een mogelijkheid voor ondernemers die zich wel tegen de
financiële gevolgen van ziekte/arbeidsongeschiktheid willen verzekeren, echter
vanwege de medische situatie uiteindelijk niet voor een
arbeidsongeschiktheidsverzekering (kunnen) worden geaccepteerd.
De Vangnet AOV is niet nieuw (na de afschaffing van de wettelijke voorziening
WAZ in 2004), maar sinds november 2008 in voorwaarden verbeterd.
Voor het recht op een Vangnet AOV diende een startende ondernemer zich binnen 3
maanden na de start aan te melden voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Vanaf 1 november 2010 wordt dit met 12 maanden uitgebreid. De nieuwe termijn is
dus 15 maanden. Recent gevestigde ondernemers (sinds 1 februari 2009) hebben
tijdelijk (opnieuw) de mogelijkheid om zich voor 31 januari 2011 alsnog voor de Vangnet
AOV aan te melden.
Het Verbond Van Verzekeraars heeft een speciale website voor informatie over en
kenmerken van de vangnetverzekering:
http://www.allesoververzekeren.nl/trefwoordenlijst/A/arbeidsongeschiktheidsverzekering
Voor informatie over een
arbeidsongeschiktheidsverzekering kunt u ook op onze eigen website terecht:
Lees meer...
< terug naar boven >
Rapport Commissie Bakker, 'Naar een
toekomst die werkt' d.d. 16/06/2008
(en update 29/08/2008)
Bron Min. van
Soc. Zaken&Werkgelegenheid
Op 17 januari 2008 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de
Commissie 'Arbeidsparticipatie' ingesteld. Het doel van de C.i. was om te
onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om (meer) mensen (langer) aan het het
werk te houden. Het verhogen van de deelname aan het arbeidsproces, noemt men
arbeidsparticipatie.
In juni 2008 is het rapport over dit onderzoek verschenen en kan worden vertaald
naar drie doelstellingen en een aantal mogelijke maatregelen (Let op: het zijn
voorstellen alwaar het Kabinet op Prinsjesdag 2008 en 2009 waarschijnlijk meer
over bekend zal maken).
Inmiddels is - naar de stand op 29/08/2008 - bekend geworden dat het Kabinet het
eens blijkt te zijn met het plan voor de 'Doorwerkbonus' (zie punt 1 hierna) na
62 jr. via een extra arbeidskorting (aftrek op belasting). In aansluiting daarop
(of in ruil daarvoor) zullen ouderen met een redelijk aanvullend pensioen die
v.a. 2011 of daarna 65 jaar worden, een extra belasting gaan betalen om bij te
dragen aan de AOW (gedeelte punt 3).
1. Zo snel mogelijk meer mensen aan het werk
Voor 2016 80% arbeidsparticipatie. Deeltijdwerkers meer uren werken en werken
tot de AOW-leeftijd (65 jaar) stimuleren met b.v. een 'Doorwerkbonus' voor ieder
jaar dat men langer werkt.
Overigens pleit een ander onderzoek in 2008 (van het Ministerie van Soc. Zaken
en Werkgel.h. zelf, 'Men is zo oud als men zich voelt') voor een
'flexibele AOW' welke ingangsdatum - niet vroeger - later dan 65 jr. kan worden
gekozen in ruil voor een 5% hogere AOW-uitkering per uitsteljaar en/of een
mogelijkheid voor een deeltijd-AOW en/of het beperken van de
loondoorbetalingplicht bij ziekte van 65+ alsmede minder strengere regels voor
tijdelijke arbeidscontracten van deze groep.
2. Werkzekerheid
Om het doel van 80% arbeidsparticipatie (zie doel 1) te behouden wordt een z.g.
persoonsgebonden 'Werkbudget' en een 'Werkverzekering' voorgesteld.
Werkbudget:
Voor volgen studie / financieren (zorg)verlof / inzet in periodes van
inkomensdaling (b.v. deeltijdpensioen/lager betaalde functie/start onderneming).
De regeling heeft de kenmerken van de Levensloop- en spaarloonregeling tegelijk,
echter dat hierbij zowel sociale partners/werkgevers/werknemers meebetalen.
Omdat dit weer meer kosten tot gevolg heeft is het voorstel om de maximale
pensioenopbouw te verlagen, alleen nog in bijzondere omstandigheden een
ontslagvergoeding toe te kennen en spaarloon/levensloop te integreren in
1-totaalregeling het Werkbudget.
Werkverzekering:
Vervanging van de huidige Werkeloosheidswet (WW) door middel van een
loondoorbetalingplicht van 6 maanden ter overbrugging/re-integratie naar een
nieuwe baan waarbij ook een (financiële) bijdrage van de werknemer wordt
gevraagd (tot 50% van het werkbudget). De verzekering kent een opzegtermijn en
z.g. transfer-periode. Na 6 maanden ontvangt de werknemer gedurende 6 maanden
een uitkering vanuit de sector waarin de ex-werknemer actief was. Tenslotte
geldt in bijzondere situaties een vangnetregeling welke ook voor zelfstandigen
zonder personeel (ZZP-er) zal (kunnen) gaan gelden.
3. Blijvende arbeidsparticipatie
Doel is nagenoeg gelijk aan punt 2 maar wordt toegevoegd met een 'financieel
gezonde en sociale samenleving'.
De voorgestelde maatregel is een (geleidelijke) verhoging van de AOW-leeftijd
naar 67 jr. (v.a. 2016 ieder jaar 1 maand de AOW-leeftijd verhogen om in 2040
een nieuwe AOW-leeftijd van 67 jaar bereikt te hebben) én de grondslag voor
loon- en inkomstenbelasting voor 65+ te verbreden, zodat er meer
belastinginkomsten worden gerealiseerd. Tegelijkertijd zou de de
pensioenleeftijd afhankelijk gemaakt kunnen worden van de levensverwachting.
Het - op dit moment - geldende standpunt van het Kabinet (Min. Donner) is echter
om te voorkomen dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd.
Naar het zich laat aanzien zal het rapport met aanbevelingen de komende 24
maanden concreter in plannen worden uitgewerkt. Vooralsnog blijven het
voorstellen.
< terug naar boven >
Welk minimum spaargeld aanhouden?
Onverwachte uitgaven komen doorgaans op een ongelegen moment. Door het aanhouden
van een financiële reserve/buffer kunt u deze kosten opvangen.
Als algemene vuistregel kunt u aannemen tenminste 3 maal uw netto-inkomen achter
de hand te houden. Dit neemt niet weg dat er in uw persoonlijke
en financiële situatie meer maatwerk nodig is dat tot andere uitkomsten kan
leiden.
Het NIBUD (Nat. Instituut voor Budgetvoorlichting) heeft onlangs de online
bufferberekenaar geïntroduceerd. Hierbij berekent u op maat het minimum
spaarvermogen en advies spaarvermogen. Aan de hand van enkele
persoonlijke financiële gegevens berekent u concreet het spaaradvies: Wat is
nodig en hoe kunt/wilt u dit bereiken?
Wenst u een complete financiële en fiscale planning voor een begroting van uw
inkomen bij pensionering, vroegtijdig overlijden of
ziekte/arbeidsongeschiktheid?
Pensioen Adviesbureau Gerritsen kan u van dienst zijn met de dienst
"Pensioen- en inkomensanalyse. Lees meer:
Pensioenconsultancy
U kunt de online (spaar)bufferberekenaar van het NIBUD vinden op:
https://service.nibud.nl/bufferberekenaar/
Ondernemer? Uw Oudedagsreserve of stakingswinst 2012 uit 2011
Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 12% van de winst aan de FOR (Fiscale
Oudedagsreserve) reserveren met een maximum van EUR 9.542,00 (voor 2012).
Als ondernemer bespaart u Inkomstenbelasting en beschikt u over een
liquiditeitsverruiming over deze reservering, ook wel 'dotatie' genoemd.
Daarentegen blijft op de gevormde reserve bij vrijval (b.v. verkoop/staken) een
belastingclaim Inkomstenbelasting bestaan en bouwt u waarschijnlijk met de
belastingbesparing geen daadwerkelijk pensioen op, maar investeert u dit direct
weer in uw onderneming.
Afhankelijk van uw ondernemingsfase (groei, stabilisatie of afbouwen) kunt u
voorsorteren op deze toekomstige belastingclaim en pensioenvermogen opbouwen
door langzaam maar zeker de reserve geruisloos af te bouwen.
U kunt ervoor kiezen de (opgebouwde of nog te vormen) oudedagsreserve om te
zetten in een lijfrente bij een verzekeringsmaatschappij. Ook is het mogelijk de
reservering aan de FOR direct te storten in een lijfrenteverzekering of
-rekening (het nieuwe banksparen: de opbouw of afbouw bankspaarlijfrente) en/of in
het geheel niet voor de vorming van een Oudedagsreserve te kiezen. Uiteraard
dient er wel daadwerkelijk een koopsom aan de verzekeraar/bankinstelling te worden overgemaakt.
Als ondernemer kunt u jaarlijks vóór 1 juli een afstorting van uw
Oudedagsreserve realiseren en verwerken in uw jaarcijfers 2011. Tegenover de
afname en vrijval van de Oudedagsreserve (in principe heffing
Inkomstenbelasting) staat een even zo grote aftrek (lijfrentepremie). Per saldo
vindt er een onbelaste afname plaats.
Wanneer u uw (IB)-ondernemering in 2011 heeft verkocht/gestaakt, dan hebt u
daarmee waarschijnlijk een stakingswinst gerealiseerd. Deze stakingswinst kunt u
omzetten naar een stakingswinstlijfrente, zodat de stakingswinst niet ineens met
Inkomstenbelasting wordt belast, maar periodiek op het moment dat uw
lijfrente-uitkeringen ingaan (kan direct of zelfs uitgesteld).
Ook voor de omzetting van uw stakingswinst uit 2011 naar een
(stakingswinst)lijfrente, hebt u tot 1 juli van 2012 de tijd om dit te regelen.
Lees meer en vraag direct uw offerte aan:
-
Fiscale Oudedagsreseve
-
Stakingswinst
Levensverwachting Mannen /
Vrouwen omhoog
De Nederlander "leeft langer dan
gedacht" is een van de resultaten van het "Sterfte Overleven" onderzoek dat het
Actuarieel Genootschap (AG) op korte termijn afrondt. Volgens de nieuwste
overlevingstafels is de levensverwachting van mannen 82,8 en die van vrouwen
84,5 jaar in 2050.
Nederlandse mannen leven in 2050 zes jaar langer dan nu. Voor vrouwen is dat
drie jaar. Dat heeft het Actuarieel Genootschap (AG) berekend.
Omdat mensen ouder worden,
verwacht het AG dat de pensioenpremies omhoog gaan, maar de prijs voor
overlijdensverzekeringen juist omlaag. Jan Donselaar, voorzitter van de
werkgroep Sterfte en Overleven van het genootschap, zei dinsdag 24 oktober 2006
dat het AG eens in de vijf jaar de overlevingstabellen aanpast. Daarin staat hoe
groot de kans is dat iemand op een bepaalde leeftijd komt te overlijden.
`Nu mensen ouder worden, is de kans steeds groter dat ze hun pensioen halen, dus
gaan de premies omhoog`, aldus Donselaar. `Maar omdat ze ouder worden, dragen ze
langer premie af voor hun overlijdensverzekering. Die wordt dus goedkoper.`
De verzekeringswiskundigen verwachten dat mannen in 2050 82 jaar oud worden.
Vrouwen komen uit op 84,5 jaar. Die cijfers wijken af van een eerdere
voorspelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek. `Zij werken aan een
nieuwe voorspelling. De rekenmethode van het AG is anders, maar ik hoop dat we
op hetzelfde uitkomen`, zegt Donselaar. Het Verbond van Verzekeraars verwacht
niet dat premies omhoog gaan omdat mensen ouder worden.
< terug naar boven >
Werkgever en WGA-eigen-risico-dragen
Vanaf 2007 kunnen werkgevers het risico op gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid (WGA-risico)
van hun werknemers 10 jaar lang zelf dragen.
De werkgever betaalt zelf de WGA-uitkering en/of verzekert dit risico bij een particuliere verzekeraar. Een
alternatieve keuze voor de werkgevers is de publieke verzekering bij het UWV.
U kunt 2 maal per jaar kiezen voor het uittreden uit het
publieke bestel (dit betekent: U wordt eigen risico drager en u gaat
dit risico of zelf dragen of herverzekeren).
Dit kan voor 1 april en 1 november om vervolgens per 1 juli of 1
januari eigen risicodrager te zijn.
De duur van het eigen-risico-dragen
was in 2006 vastgesteld op 4 jaar. De Tweede Kamer heeft Minister de
Geus in juli 2006 groen licht gegeven om een langere termijn vast te stellen.
De duur van het WGA-eigen-risico-dragen wordt voor alle
uitkeringen die ingaan vanaf 1-1-2007 10 jaar.
De
Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) is een onderdeel
van de WIA, de opvolger van de WAO sinds 1 januari 2006.
Lees hier onze special: Wetenswaardigheden:
WGA-Eigen risico drager worden?
Advies en aantrekkelijke aanbiedingen?
| Telefoon | (0316) 285 115 |
| info@pabg.nl | |
| Contactformulier | Online |
< terug naar boven >
Ontwikkeling rondom de
nieuwe Pensioenwet 2007
Bedrijven kiezen voor kwaliteit in Arbo-dienstverlening
Dit blijkt uit de Werkgeversmonitor
arbeidsomstandigheden, welke Staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken en
Werkgelegenheid) heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.
Kwaliteit is de doorslaggevende factor bij de invulling van de
Arbo-dienstverlening. Maatwerk staat daarbij voorop. De monitor laat zien dat
vrijwel iedere werkgever is aangesloten bij een Arbo-dienst.
Bedrijven tot 15 medewerkers geven aan vaker moeite te hebben met de
verplichtingen die voortvloeien uit de Arbowet. Grote werkgevers hebben
doorgaans een Arbo-coördinator aangewezen.
Uw totaaloplossing?
Een pakket
die uw personele verzuimrisico's beperkt, ondersteunt bij uw verzuimbeleid, de
procesmatige en administratieve ballast uit handen neemt:
√
Het dienstenpakket, geautomatiseerde gegevensverwerking en regie bij
ziekteverzuim leveren een
aantrekkelijke besparing op uw ziekteverzuimkosten
√
Eén aanspreekpunt voor het verzuimproces vanaf de eerste ziektedag tot
reïntegratie/werkhervatting
Meer weten?
< terug naar boven >
Wat is uw pensioeninkomen?
Pensioenplanning is maatwerk.
Uw gezinssituatie, levensloop, carrière, vermogen en pensioen- en inkomensvoorzieningen
vormen uiteindelijk uw totale pensioenresultaat.
Wat is in samenhang uw netto-besteedbaar-inkomen, rekening houdend met al uw
voorzieningen en de sociale/fiscale aspecten?
Door middel van een pensioen- en inkomensanalyse brengen wij samen met u in
beeld wat uw financiële positie is in voorkomende situaties zoals:
► Inkomen tijdens (flexibele) pensionering
► Inkomen voor uw nabestaanden/kind(eren) bij vroegtijdig overlijden
en overlijden na pensioendatum
►
Inkomen tijdens ziekte/arbeidsongeschikt gedurende uw carrière en de effecten op
uw toekomstig (pensioen)inkomen.
Aan de hand van het rapport kunt u bewuste keuzes maken welke situaties in
hoeverre uw nadere aandacht verdienen en uw (bestaande) voorzieningen daarop
afstemmen zodat dit (weer goed) aansluit.
Een pensioen- en inkomensanalyse verlenen wij op uurbasis. Aan de hand van uw
situatie maken wij een inschatting van de te verwachten tijdsbesteding, oftewel
kosten voor het advies.
|
Samenvatting project pensioenadvies | ||
|
√
Inventarisatie van uw situatie, financiële positie, doelstellingen,
risicobereidheid en kennis/ervaring √ Analyse en controle van uw bestaande voorzieningen (eigen woning/hypotheek/pensioenen/levensverzekeringen/overig vermogen/schulden) in aansluiting op de inventarisatie (zie vorige) √ Verwerken van de prestaties in een financieel/fiscaal/sociaal overzicht: Pensioenrapportage bij ouderdom/overlijden/arbeidsongeschiktheid waarin netto-besteedbaar inkomen √ Conclusies van de prestaties in aansluiting op uw doelstelling(en) en indien relevant, aanbevelingen voor oplossing(en) | ||
|
Meer informatie? | ||
| √ Bel of maak gebruik van ons contactformulier | ||
< terug naar boven >
Cijfers 2012: Box I - Inkomstenbelasting
| Soorten inkomsten | Inkomen vanaf | Inkomen tot | Belasting < 65 jaar | Belasting > 65 jaar | |
|
√
Winst uit onderneming √ Loon / Pensioen / Sociale uitkeringen √ Resultaat uit overige werkzaamheden √ Periodieke uitkeringen √ Negatieve uitgaven / Eigen woningforfait √ Minus aftrekposten/uitgaven | € 0,00 | € 18.945,00 | 33,10% | 15,20% | |
| € 18.945,00 | € 33.863,00 | 41,95% | 24,05% | ||
| € 33.863,00 | € 56.491,00 | 42,00% | 42,00% | ||
| € 56.491,00 | > | 52,00% | 52,00% | ||
< terug naar boven >
Cijfers 2012: Box I - Heffingskortingen
| Soort heffingskorting | Voorwaarden | < 65 jaar | > 65 jaar |
| √ Algemene heffingskorting | Iedere belastingplichtige | € 2.033,00 | € 934,00 |
| √ Arbeidskorting | Loon / Salaris / Winst onderneming / Resultaat uit overige werkzaamheden | € 1.611,00 (max) | € 934,00 |
| √ Doorwerkbonus (leeftijd op 1 januari van het jaar!) | Belastingplichtigen in arbeidsproces 61 jr. en > over inkomen boven € 9.295,- | ||
| √ Doorwerkbonus 61 jr. (1,5%) | Max. € 719,00 | ||
| √ Doorwerkbonus 62 jr. (6%) | Max. € 2.873,00 | ||
| √ Doorwerkbonus 63 jr. (8,5%) | Max. € 4.070,00 | ||
| √ Doorwerkbonus 64 jr. (2%) | Max. € 958,00 | ||
| √ Doorwerkbonus 65 jr. (2%) | Max. € 958,00 | ||
| √ Doorwerkbonus 66 jr. of ouder (1%) | Max. € 479,00 | ||
| √ Ouderenkorting | Op 31-12 van het jaar 65 jaar en tot een bepaald inkomen | n.v.t. | € 762,00 |
| √ Alleenstaande ouderenkorting | Recht op AOW-uitkering voor alleenstaanden (geen inkomensgrens) | n.v.t. | € 429,00 |
| √ Jonggehandicaptenkorting | In aanmerking komen voor Wajong-uitkering | € 708,00 | n.v.t. |
| √ Levensloopverlofkorting | Per jaar van deelneming gelijk aan opname maar ten hoogste | € 205,00 | |
| √ Ouderschapsverlofkorting | Wettelijk recht op ouderdschapsverlof en deelnemen aan Levensloopreg. Per verlofuur | € 4,18 p/u (berekening over dagen x 50%) | |
| √ Korting maatschappelijk beleggen | Groene beleggingen en sociaal ethische beleggingen | 0,70% van de vrijstelling Box III | |
| √ Korting beleggingen in durfkapitaal | Directe belegging in durfkapitaal | 0,70% van de vrijstelling Box III | |
< terug naar boven >
Cijfers 2012: Box II - Aanmerkelijk belang
en Vennootschapsbelasting
Kenmerken | Belastingpercentage |
| Hiervan is sprake indien u tenminste 5% aandelen van een BV/NV bezit. | Aanmerkelijk belang 25% |
|
Winst bedraagt tot €
200.000,00 Winst bedraagt meer dan € 200.000,00 |
20,00% 25,50% |
| Gebruikelijk loon 2012 | € 42.000,00 (Aanmerkelijk belang, min. 5% aandelenbezit) |
Cijfers 2012: Box III - Vermogensrendementsheffing
Kenmerken | Belastingpercentage | Heffingsvrij vermogen | |
| Waarde bezittingen | 4% rendement over de rendementsgrondslag belast met 30% | Basisvrijstelling per belastingplichtige | € 21.139,00 |
| Min: Schulden ('doelmatigheidsdrempel' leningsom va. € 2.900,00 x 2 voor partners) |
Verhoging: Per minderjarig kind | Vervallen m.i.v. 2012 | |
| Min: heffingsvrij vermogen (kan in voorkomende gevallen worden verhoogd met ouderentoeslag, zie onder) | |||
Uitvaartverzekering | € 6.859,00 | ||
| Maatschappelijke beleggingen | € 56.420,00 | ||
| Beleggingen in durfkapitaal | € 56.420,00 | ||
| Kapitaalverzekering gesloten voor 14-09-1999 | € 123.428,00 | ||
| Einde jaar 65 en rendementsgrondslag < € 275.032,00? | Ouderentoeslag (extra heffingsvrij vermogen) | Toeslag vrij vermogen | |
| x 2 voor fiscale partners | Inkomen tot € 14.302,00 | € 27.984,00 | |
| Inkomen vanaf € 14.302,00 tot € 19.895,00 | € 13.992,00 | ||
| Inkomen vanaf € 19.895,00 | nihil | ||
Cijfers 2012: Vrijstelling Erfbelasting
|
Verkrijger | Bedragen vrijgesteld |
Bijzonderheden |
| Gehuwd / Geregistreerd partner / Samenwonend (max.) | € 603.600,00 |
Minimum na imputatie € 155.930,00 (waarde pensioen, lijfrente, periodieke uitkeringen voor 50% bij echtgenoten) |
| (Pleeg)Kind |
€ 19.114,00 |
|
| Kind ziek/gehandicapt | € 57.342,00 | |
| Kleinkind | € 19.114,00 | |
| Ouders | € 45.270,00 | |
| Overige verkrijgers |
€ 2.012,00 |
< terug naar boven >
►
Franchise pensioenregelingen 2013
| Omschrijving | Bedrag 2013 | Bedrag 2012 | Bedrag 2011 | Bedrag 2010 | Bedrag 2009 | Bedrag 2008 | Bedrag 2007 | Bedrag 2006 | Bedrag 2005 | Bedrag 2004 | |
| Gehuwd 10/7 (Werknemers- e/o DGA verzekerd pensioen) | € 13.227,00 | € 13.062,00 | € 12.898,00 | € 12.673,00 | € 12.465,00 | € 12.209,00 | € 11.872,00 | € 11.566,00 | € 11.354,40 | € 11.366,23 | |
| Ongehuwd 10/7 (DGA pensioen in eigen beheer) | € 19.301,00 | € 18.980,00 | € 18.738,00 | € 18.427,00 | € 18.144,00 | € 17.804,00 | € 17.324,00 | € 16.907,00 | € 16.587,43 | € 16.543,89 | |
< terug naar boven >
►
Fiscale Oudedagsreserve zelfstandig ondernemers 2012
| Reservering aan de Fiscale Oudedagsreserve | Maximale reservering |
| 12% van de winst | € 9.542,00 in 2012 en "saldo stand oudedagsreserve" tot maximaal het ondernemingsvermogen |
< terug naar boven >
►
Lijfrenteverzekeringen
2012
| Lijfrenteverzekeringen: Verschillende regimes / vormen / voorwaarden / lijfrente premie aftrek | ||||
√ |
Lijfrentevormen | Oud regime lijfrente | Brede herwaardering lijfrente | Wet IB-2001 lijfrente |
| Duur, hoogte en ingang vrij, mits voldoen aan 1%-sterftekans | ||||
► |
Oudedagslijfrente | n.v.t. |
- Levenslang - Aan belastingplichtige die aftrek heeft genoten - Ingangsdatum vrij |
- Levenslang - Aan belastingplichtige die aftrek heeft genoten - Ingangsdatum uiterlijk 70 jaar (m.u.v. zelfstandige) |
| ► | Overbruggingslijfrente (zie ook: Overgangsrecht 2006) | n.v.t. |
- Bij eerdere
pensionering uiterlijk | tot 65 jaar - Maximum uitkering p.jr. € 63.288,00 |
- Bij eerdere
pensionering of uiterlijk tot 65 jaar - Maximum uitkering p.jr. € 63.288,00 - Alleen mogelijk voor aftrekbare premies t/m 2005 |
| ► | Tijdelijke oudedagslijfrente | n.v.t. |
- Niet eerder
dan op 65 jaar - Minimale duur: 5 jaar - Maximum uitkering p.jr. € 20.953,00 |
- Niet eerder
dan op 65 jaar - Ingangsdatum uiterlijk 70 jaar (m.u.v. zelfstandige) - Minimale duur: 5 jaar - Maximum uitkering p.jr. € 20.479,00 |
| ► | Nabestaandenlijfrente |
n.v.t. |
- Ingang bij
overlijden belastingplichtige of partner uiterlijk na einde recht op ANW (partner, niet zijnde naaste verwant), tijdelijk (1%- sterftekans) - Bij naaste aanverwant, bijv. kind (eren) tot 30 jaar, tijdelijk, anders levenslang - Begunstigde is belastingplichtige of partner |
- Ingang bij
overlijden belastingplichtige of partner uiterlijk na einde recht op ANW (partner, niet zijnde naaste verwant), tijdelijk (1%- sterftekans) - Bij naaste aanverwant, bijv. kind (eren) tot 30 jaar, tijdelijk, anders levenslang - Begunstigde is belastingplichtige of partner |
| ► | Lijfrente voor meerderjarige invalide kinderen |
- Ingang
meerderjarigheid kind - Einddatum overlijden kind - Aftrek onbeperkt |
- Ingang
meerderjarigheid kind - Einddatum overlijden kind - Aftrek onbeperkt |
- Ingang
meerderjarigheid kind - Einddatum overlijden kind - Aftrek onbeperkt |
| ► | Emigratie | Geen heffing NL, wel o.b.v. Verdrag in veelal woonland |
-
Conserverende aanslag ongeacht totaal aan premies - Invordering mogelijk binnen 10 jr. - Belast is waarde economisch verkeer van de aanspraak - Revisierente 20% |
-
Conserverende aanslag ongeacht totaal aan premies - Invordering mogelijk binnen 10 jr. - Belast is waarde economisch verkeer van de aanspraak - Revisierente 20% |
| ► | Afkoop / Vervreemding | Geen extra sancties |
- Negatieve
persoonlijke verplichting (=bijtelling op inkomen t.h.v. in aftrek gebrachte premies) - Interestbestanddeel belast - Revisierente 20% - Let op: Afkoop "kleine lijfrente" alleen IB-heffing. Waarde lijfrente (per aanbieder) € 4.242,- of minder bedraagt, dan deze zonder sancties (wel IB-heffing) worden afgekocht. |
- Negatieve
persoonlijke verplichting (=bijtelling op inkomen t.h.v. in aftrek gebrachte premies) - Interestbestanddeel belast - Revisierente 20% - Let op: Afkoop "kleine lijfrente" alleen IB-heffing. Waarde lijfrente (per aanbieder) € 4.242,- of minder bedraagt, dan deze zonder sancties (wel IB-heffing) worden afgekocht. |
| ► | Lijfrentepremie-aftrek (Jaarruimte & Reserveringsruimte, cijfers 2012) | |||
| ► |
Jaarruimte: 17% van de max. grondslag (inkomen 2011 minus franchise € 11.829,-) € 162.457,- tot een maximum aftrek jaarruimte van € 27.618,-. Berekening: Samenstel van inkomen, pensioenopbouw, reservering oudedagsreserve en spaarloon in pensioen | |||
| ► | Reserveringsruimte maximaal € 6.989,00 indien < 55 jaar / € 13.802,00 indien > 55 jaar - Berekening idem jaarruimte, met gegevens uit voorgaande jaren | |||
< terug naar boven >
►
Overgangsrecht overbruggingslijfrente
2006
Een overbruggingslijfrente is een tijdelijke lijfrente-uitkering die ingaat vóór
uw 65 jarige leeftijd en stopt op het moment dat uw pensioenuitkering ingaat of
- bij het ontbreken daarvan - uiterlijk op uw 65-ste levensjaar. Kortom: een
(particuliere) inkomensaanvulling om vroegpensioen te financieren.
Zoals het Kabinet de VUT/Pre-pensioen mogelijkheden (het vroepensioen) beperkt,
zal er vanaf 1 januari 2006 ook geen mogelijkheid meer bestaan om de premie voor
het opbouwen van een kapitaal voor een
overbruggingslijfrente aftrekbaar te stellen.
Polissen die in 2006 zijn/worden afgesloten maar waarvan de premie over het jaar
2005 aftrekbaar wordt gesteld (ook wel 'terugwentelen' genoemd) worden
geacht op 31 december 2005 te zijn afgesloten. Deze polissen vallen dus nog
onder het overgangsrecht.
Hoe nu verder?
Heeft u een
bestaande premiebetalende
polis?
Wanneer u ook na 2006 premie blijft betalen, kan alleen de waarde van de polis
per 31-12-2005 worden gebruikt voor een overbruggingslijfrente. De waardetoename
vanaf 1 januari 2006 (premie + rendement) kan in de toekomst alleen nog een
andere lijfrentevorm worden gekozen.
Heeft u een bestaande (of sluit u een nieuwe)
koopsompolis (bedrag ineens storten)?
Indien er sprake is van een lijfrenteverzekering tegen koopsom (afgesloten
vóór 1 januari 2006 of in 2006 maar terugwentelen over het fiscaal jaar 2005)
dan kan het gehele lijfrentekapitaal worden aangewend voor een
overbruggingslijfrente (dus inclusief rendement na 31-12-2005).
< terug naar boven >
►
WAO = WIA sinds 2006 (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen)
De WIA is sinds 1 januari 2006 de opvolger van de oude WAO (uit 1967). De wet bestaat uit twee
delen:
1. de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)
2. de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).
| Lees meer | |
| √ | Werknemer |
| √ | Werkgever |
< terug naar boven >
►
Levensloopregeling
(wordt vervangen door Vitaliteitsregeling, behoudens overgangsrecht (informatie
volgt nog).
Uitvoering & Kenmerken | |
| ► | Samenvatting naar de regeling zoals deze tot 31-12-2011 gold |
| √ | Vanaf 1 januari 2006 een wettelijk recht voor werknemers én DGA's periodes van onbetaald verlof te sparen |
| √ | U spaart via uw brutoloon (maximaal) 12% per jaar tot een saldomaximum van 210% van uw bruto jaarloon (oftewel: 2 jaar en 1 maand verlof) |
| √ | Bent u op 01-01-2005 ouder dan 50 jaar, maar jonger dan 55 jaar? Dan mag u meer dan 12% per jaar sparen, het maximum van 210% blijft wel gelden |
| √ | Over de inhouding op het brutoloon wordt geen loonbelasting geheven, maar wel premies werknemersverzekeringen (WW en WIA) ingehouden tot het maximum loon (€ 45.017,00) |
| √ | Alleen sparen in geld is toegestaan (niet in tijd/vrije dagen) |
| √ | Over het spaartegoed is géén Vermogensrendementsheffing verschuldigd (vrijgesteld), u bespaart loonbelasting tijdens de spaarperiode, de toekomstige uitkering valt in Box I (Inkomstenbelasting) |
| √ | Het spaartegoed kan voor elk verlofdoel worden aangewend, óók voor vervroegde uittreding |
| √ | Het spaarsaldo mag, na opname, tot het maximum (210% van uw bruto jaarloon) worden aangevuld |
| √ | Opname van verlof enkel in overleg tussen werkgever en werknemer |
| √ | Over de uitkering (lees: opname) is Inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd, m.u.v. werknemerspremies (WW en WIA) |
| √ | Bij opname hebt u recht op een levensloopverlofkorting (heffingskorting) van max. € 188,00 per deelgenomen jaar |
| √ | Opname voor ouderschapsverlof geldt een heffingskorting van 50% bruto minimumloon per opgenomen verlofdag (ongeveer € 30,00 per dag) |
| √ | Relatie met Spaarloon? Jaarlijkse keuze tussen spaarloonsparen of levensloopsparen voor 1 januari van elk jaar |
| √ |
Staat uw pensioenreglement toe het pré-pensioen af te kopen? Dan kunt u het afgekochte pré-pensioenrecht bruto overdragen naar de levensloopregeling waarbij het maximum van 210% van uw bruto jaarsalaris geldt |
< terug naar boven >
►
Ontslagvergoeding en eindheffing
In december 2005 is een
besluit genomen over de belastingheffing ontslagvergoedingen. Dit besluit gaat
in op de vraag in welke situaties een vergoeding wordt verstrekt of bedongen
zonder dat daarvoor de werkgever een eindheffing (artikel
32aa Wet Loonbelasting) verschuldigd is.
Het besluit treedt op 1 januari 2006 in werking. Dienstbetrekkingen die tegen de
maximaal wettelijke opzegtermijn zijn opgezegd of waar ontslag overeengekomen
is, in 2005 blijven onaangetast.
Voor 2006 geldt dat er eerst wordt gekeken of de ontslagvergoeding niet wordt
toegekend om eerder te stoppen met werken. Als dat niet het geval is, dan geldt:
- reorganisatie (afslankingsoperatie / opheffing van een afdeling met het oog op
vermindering van het personeelsbestand op basis van objectieve criteria
zoals het lifo-systeem of het afspiegelingsbeginsel);
- individueel ontslag;
- niet leeftijdsgebonden (niet gericht op m.n. oudere werknemers).
Uitkeringen die gedaan worden welke voldoen aan de voorgaande criteria, vallen
buiten de eindheffing.
In de meeste gangbare situaties zal er geen sprake zijn van een regeling voor
vervroegd uittreden (waarbij dus wel eindheffing verschuldigd is). Overigens is
het de werkgever die de eindheffing moet betalen, de werknemer kan hierdoor niet
getroffen worden.
Om zekerheid te krijgen of een uitkering buiten de eindheffing valt, kan de
werkgever een verzoek voor een beoordeling indienen bij de regionale
belastinginspecteur.
Meer informatie over uw
gouden-handdruk...
< terug naar boven >
►
Termijn pensioenoverdracht naar nieuwe werkgever verruimd
Wanneer u van baan verandert heeft u voortaan 6 maanden (voorheen 2 maanden) de tijd om te overwegen of u uw opgebouwde pensioenaanspraken bij u laatste werkgever wil overdragen naar de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever.
Tegelijkertijd wordt de periode die de pensioenuitvoerder van de laatste werkgever heeft om de waarde over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder beperkt naar 1 week.
Of waarde-overdracht zinvol is, is het belangrijk goed na te gaan wat de
voorwaarden en condties van de oude en nieuwe pensioenregeling zijn. Als
Registerpensioenadviseur kunnen wij u hierbij uitstekend adviseren. Voor advies
kunt u bellen met
0316 - 285 115
of maak gebruik van ons online
contactformulier
< terug naar boven >
► Verplichting Arbo-dienst vervalt
Per 01 juli 2005 is de verplichte
aansluiting bij een gecertificeerde Arbo-dienst vervallen.
Bedrijven hebben thans steeds meer vrijheid bij het regelen van preventie en ziekteverzuim
binnen de eigen organisatie en daarmee de inkoop van Arbo-deskundigheid.
Met
toestemming van de werknemers mag
de
werkgever zelf de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen of een
andere partij hiervoor inschakelen.
Bedrijven krijgen dus de mogelijkheid bij de Arbo-dienst weg te gaan als ze
'alternatieve' Arbo-dienstverlening op een adequate wijze organiseren. Ook
verzekeraars, brancheorganisaties en reïntegratiebedrijven mogen Arbo-diensten
aanbieden. De (alternatieve) Arbo-dienstverlening (Maatwerkregeling) dient met voldoende kennis van
zaken te worden aangepakt. Zo zal er altijd een contract moeten zijn met een
bedrijfsarts voor begeleiding van ziekteverzuim.
Lees meer over
eigentijdse ziekteverzuimvoorzieningen. Wilt u meer informatie, dan kunt u
bellen met
(0316) 285 115 of maak gebruik van ons
contactformulier.
| Samenvatting maatregelen en keuzes | |||
| Standaard- of Maatwerkregeling? | Risico- Inventarisatie en -Evaluatie | Interne preventiemedewerker | En (n)u? |
|
Arbo-ondersteuning intern regelen of een andere partij daarvoor inschakelen:
Deze alternatieve Arbo-dienstverlening wordt de Maatwerkregeling genoemd. Blijft een werkgever bij de gecertificeerde Arbo-dienst of wordt er niet voor de maatwerkregeling gekozen, dan wordt gesproken over de Standaard- ook wel Vangnetregeling. |
Afschaffing toets voor bedrijven met < 10 werknemers, onder voorwaarde dat de branche- of sector RIE wordt uitgevoerd. Zie daarvoor de website www.rie.nl Risico's hebben betrekking op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Voor bedrijven vanaf 26 werknemers veranderen de toetsingsregels niet. Zij dienen de RIE voor te leggen aan deze Arbo-deskundige en deze dient een bedrijfsbezoek af te leggen. |
Bedrijven
dienen meer gebruik
te maken van deskundigheid in het bedrijf zelf bij de zorg voor
goede arbeidsomstandigheden en het voorkomen van ziekteverzuim. Werkgevers dienen zich te laten bijstaan door één of meer deskundige werknemers (preventiemedewerkers) die verstand hebben van veiligheid en gezondheid bij de dagelijkse werkzaamheden in het eigen bedrijf. Bij kleinere bedrijven (< 15 werknemers) mag dat ook de werkgever zijn. |
Ook
al is de verplichte aansluiting bij de Arbo-dienst van de baan, de
werkgever blijft verantwoordelijk voor een breed scala aan wettelijke
regels en verplichtingen. Uw zorgplicht goed geregeld! Als specialist is PABG uw partner voor een praktische vertaalslag binnen de 'regeljungle'. Een integrale aanpak voor pensioen, zorg en inkomen. Lees meer over uw ziekteverzuim-voorzieningen en neem gerust eens contact met ons op. Bel (0316) 285 115 of maak gebruik van ons contactformulier. |
< terug naar boven >
►
Fiscale aftrek lijfrentepremie
uiterlijk op 31-12 ieder jaar betaald
In 2004 is de termijn voor het aftrekbaar stellen van
lijfrentepremies (of koopsommen) voor de jaarruimte verkort van 6 maanden naar
3 maanden. Met ingang van 2012 is er helemaal geen sprake meer van een z.g.
"terugwentelingstermijn". Dit betekent dat de lijfrentepremie
uiterlijk op 31
december van elk jaar aan de verzekeraar dient te zijn overgemaakt (van uw rekening is afgeschreven) om de lijfrentepremie fiscaal aftrekbaar te stellen van uw belastbare inkomen over
dat betreffende jaar.
Voor zelfstandig ondernemers: Dit geldt niet voor de Fiscale Oudedagsreserve en de Stakingswinstaftrek.
Daar is de uiterste termijn 1 juli van elk jaar (kortom: onveranderd).
Als
Registerpensioenadviseur (RPA) beschikken
wij over diepgaande kennis op het gebied van pensioenregelingen in
actuariële, financiële, juridische en fiscale zin.
Bij ons adviesbureau kunt u
terecht voor raadgeving, begeleiding en actieve nazorg bij:
- bestaande of implementatie van nieuwe pensioencontracten
- wijzigingsvoorstellen / aanpassingen aan nieuwe wet- en regelgeving
Voor advies kunt u bellen met
0316 - 285 115
of maak gebruik van ons online
contactformulier
√
Lees meer over uw lijfrente-
of koopsomverzekering(en):
| ► | DGA |
| ► | Zelfstandig ondernemer |
| ► | Werknemer/Particulier |
< terug naar boven >
► Duur WW-uitkering op basis van feitelijk arbeidsverleden (i.p.v. leeftijd)
Voorheen was het aantal jaren dat u gedurende de laatste 5-kalenderjaren heeft gewerkt van belang. Verliest u uw baan, dan heeft recht op een WW-uitkering van 70% laatstverdiende loon wanneer u in minimaal 4-van-de-5-kalenderjaren over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen. Hoe ouder u bent, des te langer de uitkering duurt.
Het aantal daadwerkelijk gewerkte jaren wordt geleidelijk meer van invloed op de duur van een werkloosheidsuitkering. Voor de duur van een uitkering kijkt het UWV
naar de opbouw van het feitelijk arbeidsverleden vanaf 1998. Voor de jaren vóór
1998 wordt teruggekeken tot en met het kalenderjaar waarin u achttien jaar werd.
Dit heet het fictieve arbeidsverleden. Het totaal omvat volgens de duur van de
langere WW-uitkering.
Voor de meeste werknemers verandert er weinig, omdat ze sinds 1998 (onafgebroken) aan het werk zijn.
In de nieuwe regeling geldt dat de jaren die iemand besteedt aan de verzorging van kinderen tot 5 jaar voor de helft meetellen als jaren waarin is gewerkt. Over 2005 en 2006 tellen deze jaren voor 75% mee, terwijl voor de periode 1998 tot en met 2004 volledige meetelling geldt.
Het wetsvoorstel gaat op 1 januari 2005 in.
√
WW-uitkering en mogelijkheden van uw gouden handdruk?
Lees meer...
√
Vragen of meer informatie? Bel
met 0316 - 285 115 of maak gebruik van ons
contactformulier.
< terug naar boven >
► Overige actualiteiten rondom de WW-uitkering
Wat verandert er in de WW?
Op 28 juni 2006 heeft het Kabinet ingestemd met de wijzigingen in de WW vanaf 1 oktober 2006:
In de nieuwe WW wordt de maximale uitkeringsduur verkort van 5 jaar tot 3
jaar en 2 maanden welke maximale duur wordt bereikt
bij een arbeidsverleden van 38 jaar. De WW-uitkering gaat in de eerste 2 maanden
omhoog naar 75% van het loon. Vanaf de 3e maand
bedraagt de uitkering 70% van het loon.
WW
De wijziging van de WW in de vorm van aanscherping van de wekeneis en verhoging
van de uitkering naar 75% gedurende de eerste twee maanden was al door het
parlement aanvaard en gaat gewoon door. Dat betekent dat ook de doorwerking naar
de WIA gewoon plaats zal vinden. Die doorwerking wordt overigens pas per
1.1.2008 effectief.
Voor werknemers die wel aan de wekeneis voldoen, maar niet aan de eis dat zij
minimaal 4 van de laatste 5 kalenderjaren over minimaal 52 dagen
loon hebben ontvangen, geldt een kortdurende uitkering. Deze kortdurende
uitkering van 6 maanden tegen 70% van het minimumloon, wordt omgezet
in een op het loon gebaseerde uitkering van 3 maanden.
Na deze omzetting en de eerdere afschaffing van de vervolguitkering kent de WW
nog maar één soort uitkering.
Het voorstel voorziet verder in een soepeler toets of werkloosheid de werknemer
te verwijten is. Het wordt de werknemer niet langer aangerekend dat
hij/zij zich neerlegt bij zijn ontslag. Het wetsvoorstel verduidelijkt ook hoe
omgegaan moet worden met verwijtbare werkloosheid bij een ontslag als
gevolg van verwijtbaar gedrag richting de werkgever. De WW-uitkering wordt in
dat geval alleen geweigerd als het gedrag een dringende reden
voor ontslag is.
De wetswijziging waarover de Eerste Kamer op 28 juni 2006 heeft besloten, maakt
deel uit van een pakket aan maatregelen van drie wetsvoorstellen.
Het eerste voorstel, een aanscherping van de toegang tot de WW, is per 1 april
2006 ingegaan. Verder komt er voor werknemers die werkloos worden
als zij 50 jaar of ouder zijn, een aparte inkomensvoorziening na afloop van de
WW (de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen, IOW).
Het wetsvoorstel voor de IOW wordt na de zomer bij de Tweede Kamer ingediend.
√
WW-uitkering en mogelijkheden van uw gouden handdruk?
Lees meer...
√
Vragen of meer informatie? Bel
met 0316 - 285 115 of maak gebruik van ons
contactformulier.
< terug naar boven >
►
Toekomstwijzigingen en úw (bestaande) contracten?
| Wat kunnen wij voor u betekenen? | |
| √ | Bestaande VUT, Pré- en oudedagspensioen binnen uw pensioenregeling sociaal, fiscaal en juridisch toetsen (werkgevers) |
| √ | Fiscale ruimte pensioenbijsparen beoordelen en desgewenst implementeren (werkgevers & werknemers / collectief & individueel) |
| √ | Vroegpensioen wordt maatwerk voor werknemers < 55 jaar (werkgevers & werknemers) |
| √ | Levensloop collectief en/of individueel (werkgevers & werknemers) |
| √ | Een deskundig oordeel, begeleiding en nazorg voor bestaande en/of nieuwe contracten pensioen-, zorg- en inkomensvoorzieningen |
| √ | Neemt u gerust eens contact met ons op voor een oriënterend gesprek of meer informatie. |
| Logo&Huisstijl ontworpen door Connexx Reclamebureau | Copyright © 2012 - Pensioen Adviesbureau Gerritsen | Disclaimer&Privacy |