Specialist in pensioen-, oudedags- en inkomensvoorzieningen

 
Home   Ondernemer Werkgever Werknemer
 

Over ons

Actualiteiten Offerte Contact

Pensioen / Lijfrente / Sparen Inkomen & Zorg

Advies en informatie?

Actueel & Archief Actueel & Archief

(

(0316) 285 115  

Wetsvoorstel banksparen voor lijfrente- en kapitaalverzekering

Preventie, Arbo, ziekteverzuim en reïntegratie

!

Online contactformulier  

Nieuwe Pensioenwet

Vangnet AOV: Verruimd per 01/11/2008

*

info@pabg.nl  

Pensioencontracten Witteveen-proof per 01-06-'04

Kwaliteit in Arbo-dienstverlening    

Beschikbare premieregeling en gelijke behandeling

Ontslagvergoeding en eindheffing    

Wachttijd in pensioenregeling/gelijke behandeling

Duur WW-uitkering per 01-10-2006

Gelijke behandeling pensioenregeling 01-01-'05

Overige actualiteiten WW 2006

Leeftijdsdiscriminatie pensioenregeling 01-05-'04

Wijziging Arbo-wet per 1 juli 2005

VUT en Pré-pensioen: DGA    

VUT en Pré-pensioen v.a. 2006: WG / WN    

DGA - Pensioen (Witteveen / Waarderingsregels)    

Aftrek lijfrentepremie uiterlijk betaald op 31-12 ieder jaar    

Pensioenwijzigingen? Begeleiding en nazorg    

Afkoopgrens kleine pensioenen 2012    

Franchise pensioenregelingen 2012    

Erfbelasting, vrijstellingen    


< terug naar boven >

     

 


 

Onderzoek pensioen van zelfstandigen (Bron: Kamerstuk/brief, 18-03-2013, Min. SZW)

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft, mede namens de minister van Economische Zaken en de staatssecretaris van Financiën, op 18 maart 2013 het onderzoek aangeboden (aan de Tweede Kamer) naar de "Oorzaken van beperkte pensioenopbouw van zelfstandigen", oftewel: Waarom bouwen zelfstandigen (zelfstandig ondernemers en DGA's zonder personeel) minder pensioen op dan werknemers en waarom worden bestaande mogelijkheden niet of onvoldoende benut? Dit onderzoek volgt, bij wijze van kabinetsreactie, op het SER-advies "ZZP-'ers in beeld".

De uitkomsten van de inventarisatie naar de hoogte van het pensioeninkomen van zelfstandigen in relatie tot het huidige inkomen, ziet er als volgt uit:
- 25% van de circa 400.000 zelfstandigen zonder personeel bouwt een pensioen op van minder dan 50% van het huidige bruto jaarinkomen
- 25% van de zelfstandigen zonder personeel bouwt een pensioen op van 50-70% van het huidige bruto jaarinkomen
- 50% van van de zelfstandigen zonder personeel bouwt een pensioen op van 70% of meer van het huidige bruto jaarinkomen

Het Kabinet wil aan de hand van deze inventarisatie en het verdere onderzoek hiernaar bezien of het aanbod en de mogelijkheden van pensioenvoorzieningen en -producten aansluit bij de vraag van zelfstandigen, of en welke belemmeringen er voor deelname zijn en hoe dit eventueel kan worden weggenomen?

Uit het onderzoek blijkt dat zelfstandigen gemiddeld minder pensioen opbouwen dan werknemers. Hiervoor zijn, blijkens het onderzoek, diverse redenen.

  • Zelfstandigen kunnen andere prioriteiten hebben dan pensioen opbouwen, zoals investeren in de eigen onderneming.
  • De ondernemer maakt niet altijd bewuste keuzes ten aanzien van beslissingen over de (financiële positie bij) oude dag en/of onderneemt hierop niet of niet tijdig actie (uitstelgedrag).

Om tot verbetering te komen onderzoekt men de de mogelijkheden voor:

  1. Verder verbeteren van de financiële kennis en vaardigheden van zelfstandigen (bewustwording)
  2. Het introduceren van een - vrijwillige - collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen (resultaat onderzoek verwacht in mei 2013)
  3. Het door zelfstandigen zelf "gespaarde" privévermogen voor pensioenvoorziening buiten de vermogenstoets van de Wet Werk en Bijstand houden en/of buiten de Faillissementswet

De huidige en eventueel nieuw beoogde extra (fiscaal ondersteunde) mogelijkheden zien er op hoofdlijnen als volgt uit:

  ZZP Pensioen  
  Individueel product  
Binnen de onderneming   Buiten de onderneming
- Pensioen in eigen beheer   - Bank
- Fiscale oudedagsreserve   - Verzekeraar
    - Beleggingsinstelling
     
  ZZP Pensioen  
  Collectieve regeling  
Binnen de onderneming   Buiten de onderneming

-

  - Verplichte beroeps- of
  bedrijfstakpensioenregeling

-

  - Vrijwillig:
  Werknemerspensioen
  voortzetten bij
  uitdiensttreding en
  zelfstandige worden (mits
  mogelijk, zie uw 
  pensioenreglement)

-

  - In onderzoek: Vrijwillige
  aansluiting collectieve
  regeling en uitbreiding
  mogelijkheden vrijwillige  
  voortzetting
  werknemerspensioen

Ook de Pensioenfederatie komt met een eigen onderzoek (19-03-2013) en ziet oplossingen bij uitbreidingen van de mogelijkheden tot (vrijwillige) voortzetting.

Bent u zelfstandige (met of zonder personeel) en wenst u zelf een persoonlijk advies? Pensioen Adviesbureau Gerritsen ondersteunt u in het beeldvorming- en adviesproces, zodat u met de uitkomsten bewuste en weloverwogen keuzes kunt maken welke relevant zijn voor uw specifieke situatie.

Dit doen wij onder meer met behulp van een inkomensanalyse waar de financiële consequenties van pensionering, en/of (vroegtijdig) overlijden en/of ziekte/arbeidsongeschikt zoveel mogelijk cijfermatig in beeld worden gebracht. Zo weet u in absolute getallen welke inkomens- en vermogensposities er bestaan indien een van genoemde scenario's zich voordoen. Wij houden daarbij rekening met de (overige) inkomsten, uw vermogen/bezit/schuld, uitgaven en wensen zodat er een goede samenhang ontstaat met uw inkomensdoelstelling(en).

Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen, neemt u dan gerust contact met ons op.

< terug naar boven >
 


AOW
(en pensioen) op latere leeftijd? Een overzicht.

Op 11 juli 2012 is de Eerste Kamer akkoord gegaan met het Wetvoorstel "Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd" waarmee de wet is aangenomen.

Voor die tijd ontving u de AOW-uitkering en - veelal ook - het opgebouwde pensioen bij uw werkgever(s) v.a. uw 65 jarige leeftijd. Dat wordt nu anders.

Vanaf 1 januari 2013 gaat de AOW-leeftijd van 65 jaar geleidelijk omhoog naar - eerst - 67 jaar in 2023. Vanaf 1 januari 2014 gaat de pensioen(richt)leeftijd voor het pensioen bij uw werkgever direct omhoog naar 67 jaar voor het pensioen dat u vanaf dat moment opbouwt, mits uw werkgever/bij CAO-betrokken partijen overeen komen alsnog een lagere pensioenleeftijd te hanteren. De hoogte van de toekomstige opbouw van het pensioen via uw werkgever zal wellicht ook lager worden.

Hierna treft u een overzicht van de (prognose) AOW-leeftijd:
 
Jaar AOW-leeftijd Betreft personen geboren
2013 65 jaar en 1 maand Na 31-12-1947 en voor 01-12-1948
2014 65 jaar en 2 maanden Na 30-11-1948 en voor 01-11-1949
2015 65 jaar en 3 maanden Na 31-10-1949 en voor 01-10-1950
2016 65 jaar en 5 maanden Na 30-09-1950 en voor 01-08-1951
2017 65 jaar en 7 maanden Na 31-07-1951 en voor 01-04-1953
2018 65 jaar en 9 maanden Na 31-05-1952 en voor 01-04-1953
2019 66 jaar Na 31-03-1953 en voor 01-01-1954
2020 66 jaar en 3 maanden Na 31-12-1953 en voor 01-10-1954
2021 66 jaar en 6 maanden Na 30-09-1954 en voor 01-07-1955
2022 66 jaar en 9 maanden Na 30-06-1955 en voor 01-04-1956
2023 67 jaar Na 31-03-1956 en voor 01-01-1957
2024 67 jaar en 3 maanden (*) Na 31-12-1956 en voor 01-10-1957
2025 67 jaar en 6 maanden (*) Na 30-09-1957

(*)Op basis van huidige prognose levensverwachting. Definitieve vaststelling uiterlijk 01-01-2019 respectievelijk 01-01-2020.
Bronnen: CBS, artikel inzake AOW d.d. 17-07-2012, Rijksoverheid, Regeringsnieuws 11-07-2012
Klik hier voor het openen van: Tabeloverzicht jaar en AOW-leeftijd (Bron: Regeringsnieuws 11-07-2012)

Samenvattend komt de verschuiving van de AOW-pensioenleeftijd neer op:
- 2019: 66 jaar
- 2023: 67 jaar

Na 2023 stijgt de AOW-leeftijd met de levensverwachting. Ieder jaar bekijkt de Regering of de levensverwachting is gestegen. Wanneer de levensverwachting met 3 maanden stijgt, gaat de AOW-leeftijd 5 jaar later met 3 maanden omhoog. Het eerste toetsmoment is 2019.

De hoogte van de pensioenopbouw** wordt met ingang van 1 januari 2014 beperkt ten opzichte van de maximale opbouw en wel als volgt:
- Einloonpensioenregeling: Van 2,0% opbouw per dienstjaar naar 1,90% opbouw per dienstjaar
- Middelloonpensioenregeling: Van 2,25% opbouw per dienstjaar naar 2,15% opbouw per dienstjaar

Indien de pensioenregeling een pensioenleeftijd van 65 jaar wil blijven hanteren, dan wordt het opbouwpercentage 1,63% (eindloonpensioenregeling) respectievelijk 1,84% (middelloonpensioenregeling) per dienstjaar. Voor een pensioenregeling op basis van beschikbare premies heeft het Ministerie Van Financiën gewijzigde staffels gepubliceerd**.

**Bron: Belastingdienstpensioensite, Vraag en Antwoord d.d. 17-06-2012

Door de wijziging(en) in opbouwpercentages en pensioenleeftijd zullen ook de meeste pensioenregelingen moeten worden aangepast.

Wilt u advies en/of ondersteuning bij de communicatie over deze wijzigingen, dan kunnen wij u van dienst zijn.


< terug naar boven >


Afkoopgrens "kleine pensioenen" 2013

Minister Kamp van SZW heeft besloten dat per 1 januari 2012 de afkoopgrens voor pensioenaanspraken in 2012 ligt op EUR 438,44 (ook wel bekend als: "Afkoopgrens kleine pensioenen").

< terug naar boven >


AOW voortaan op verjaardag

Vanaf 1 april 2012 gaat de AOW-uitkering (uitkeringsinstantie: Sociale Verzekerings Bank, SVB) voortaan in op uw 65e verjaardag. Tot die tijd is dat (nog) de 1e van de maand waarin u de 65e jarige leeftijd  bereikt. De Eerste Kamer heeft op 6 december 2011 ingestemd met het wetsvoorstel hiertoe van Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De wijziging geldt niet voor de z.g. aanvullende pensioenen. U kunt hierdoor te maken krijgen met drie verschillende ingangsdata van uw pensioen(en), n.l.:
1. Op uw 65e verjaardag zelf
2. Op de 1e van de maand waarin u de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar) bereikt
3. Op de 1e van de maand volgend op de maand waarin u de 65e jarige leeftijd hebt bereikt

Sociale partners zullen hierover afspraken maken in de CAO's.

< terug naar boven >


Pensioenopbouw en AOW v.a. 2011 online

In 2008 maakten de overkoepelende organisaties van pensioenfondsen en verzekeraars al bekend in samenwerking met de Sociale Verzekerings Bank (SVB) een nationaal pensioenregister in te richten.

De Ministerraad heeft vrijdag 5 februari 2010 bekend gemaakt - op voorstel van Minister Donner (Sociale Zaken) - in te stemmen met een wetsvoorstel dat het pensioenregister mogelijk moet maken.

Vanaf 2011 kan iedereen zowel het aanvullend opgebouwd pensioen (opgebouwd in de werkgevers-werknemers-verhouding, óók van eerdere werkgevers) en de AOW raadplegen via internet door middel van het burgerservicenummer en de digitale handtekening DigiD voor overheidszaken.

Dit vergemakkelijkt uw overzicht van de totaal opgebouwde pensioenen. Tegelijkertijd is dit een goed instrument om uw pensioeninkomen bij ouderdom, vroegtijdig overlijden en ziekte/arbeidsongeschiktheid beter te begroten omdat de meest essentiële gegevens nu integraal beschikbaar zijn.

De website waarop u toegang kunt krijgen tot het Nationaal Pensioenregister is: http://www.mijnpensioenoverzicht.nl/

Pensioen Adviesbureau Gerritsen kan u van dienst zijn met een pensioen- en inkomensanalyse. Daarmee krijgt u inzichtelijk welk inkomen u bij ouderdom, overlijden en/of arbeidsongeschiktheid tegemoet kunt zien en belangrijker nog of het door u gewenste of minimaal noodzakelijke netto besteedbaar inkomen wel gerealiseerd wordt of dat bepaalde onderdelen nog extra aandacht verdienen. Deze dienst verlenen wij u op project-/uurbasis. Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen, neemt u dan gerust contact met ons op.

< terug naar boven >

 

Pensioenverzekering in beleggen en (bijna) met pensioen?

Voor werknemers met een pensioenbeleggingsverzekering (z.g. Beschikbare premie pensioen, thans Premieovereenkomst genoemd) die bijna met pensioen gaan is er een tijdelijke versoepeling op komst, besluit nummer AV/PB/2008/32567, 5 februari 2009.

Vanwege de huidige situatie op de financiële markten kan de a.s. gepensioneerde met een dergelijke pensioenverzekering geconfronteerd worden met:
1. Een (sterk) gedaald pensioenkapitaal vanwege een negatief beleggingsresultaat
2. Lage marktrentestand voor aankoop van levenslange pensioenuitkeringen

Dit heeft tot gevolg dat de levenslange pensioenuitkering lager zal zijn, terwijl een nadien optredend herstel niet meer doorwerkt in de uitkering, immers: De levenslange uitkering staat op het aankoopmoment vast en zal niet meer wijzigen.

Minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) stemt in met een tijdelijke regeling waarbij de pensioengerechtigde voor een deel het pensioen voor 5 jaar aankoopt en het restant van het niet-aangekochte pensioen uitstelt (5 jaar). Deze constructie staat ook wel bekend als "Een knip in de pensioenuitkering". Deze versoepeling ziet toe op de nu bekende situaties (2009) waarin om een beleggingsknip is gevraagd.

Degene die uiterlijk over 5 jaar (vóór 1 januari 2014) met pensioen gaan, krijgen op de pensioendatum de mogelijkheid om de aankoop van hun pensioen voor een deel uit te stellen (Pensioenknip) met maximaal 5 jaar. Hiertoe zal de Pensioenwet tijdelijk worden aangepast.

Overigens benadrukt de Minister, is de maatregel geen garantie voor een betere pensioenuitkering van het deel dat uitgesteld wordt, dat is en blijft afhankelijk van de ontwikkeling/beleggingsprestaties gedurende de uitstelperiode en de marktrente bij aankoop van de uitkering. Daarnaast mag de individuele beleggingsportefeuille in de uitstelperiode niet wijzigen.

Er zal overleg gaan plaatsvinden met de uitvoerders van dergelijke pensioenen (veelal verzekeraars) op welke termijn dit praktisch kan worden toegepast.

< terug naar boven >


Vangnet AOV uitgebreid

Vanaf 1 november 2008 is de Vangnet AOV verbeterd. De Vangnet AOV is een mogelijkheid voor ondernemers die zich wel tegen de financiële gevolgen van ziekte/arbeidsongeschiktheid willen verzekeren, echter vanwege de medische situatie uiteindelijk niet voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (kunnen) worden geaccepteerd.

De Vangnet AOV is niet nieuw (na de afschaffing van de wettelijke voorziening WAZ in 2004), maar sinds november 2008 in voorwaarden verbeterd.

Voor het recht op een Vangnet AOV diende een startende ondernemer zich binnen 3 maanden na de start aan te melden voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Vanaf 1 november 2010 wordt dit met 12 maanden uitgebreid. De nieuwe termijn is dus 15 maanden. Recent gevestigde ondernemers (sinds 1 februari 2009) hebben tijdelijk (opnieuw) de mogelijkheid om zich voor 31 januari 2011 alsnog voor de Vangnet AOV aan te melden.

Het Verbond Van Verzekeraars heeft een speciale website voor informatie over en kenmerken van de vangnetverzekering: http://www.allesoververzekeren.nl/trefwoordenlijst/A/arbeidsongeschiktheidsverzekering

Voor informatie over een arbeidsongeschiktheidsverzekering kunt u ook op onze eigen website terecht: Lees meer...

< terug naar boven >


Rapport Commissie Bakker, 'Naar een toekomst die werkt' d.d. 16/06/2008 (en update 29/08/2008)
Bron Min. van Soc. Zaken&Werkgelegenheid


Op 17 januari 2008 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de Commissie 'Arbeidsparticipatie' ingesteld. Het doel van de C.i. was om te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om (meer) mensen (langer) aan het het werk te houden. Het verhogen van de deelname aan het arbeidsproces, noemt men arbeidsparticipatie.

In juni 2008 is het rapport over dit onderzoek verschenen en kan worden vertaald naar drie doelstellingen en een aantal mogelijke maatregelen (Let op: het zijn voorstellen alwaar het Kabinet op Prinsjesdag 2008 en 2009 waarschijnlijk meer over bekend zal maken).

Inmiddels is - naar de stand op 29/08/2008 - bekend geworden dat het Kabinet het eens blijkt te zijn met het plan voor de 'Doorwerkbonus' (zie punt 1 hierna) na 62 jr. via een extra arbeidskorting (aftrek op belasting). In aansluiting daarop (of in ruil daarvoor) zullen ouderen met een redelijk aanvullend pensioen die v.a. 2011 of daarna 65 jaar worden, een extra belasting gaan betalen om bij te dragen aan de AOW (gedeelte punt 3).

1. Zo snel mogelijk meer mensen aan het werk

Voor 2016 80% arbeidsparticipatie. Deeltijdwerkers meer uren werken en werken tot de AOW-leeftijd (65 jaar) stimuleren met b.v. een 'Doorwerkbonus' voor ieder jaar dat men langer werkt.

Overigens pleit een ander onderzoek in 2008 (van het Ministerie van Soc. Zaken en Werkgel.h. zelf, 'Men is zo oud als men zich voelt') voor een 'flexibele AOW' welke ingangsdatum - niet vroeger - later dan 65 jr. kan worden gekozen in ruil voor een 5% hogere AOW-uitkering per uitsteljaar en/of een mogelijkheid voor een deeltijd-AOW en/of het beperken van de loondoorbetalingplicht bij ziekte van 65+ alsmede minder strengere regels voor tijdelijke arbeidscontracten van deze groep.

2. Werkzekerheid
Om het doel van 80% arbeidsparticipatie (zie doel 1) te behouden wordt een z.g. persoonsgebonden 'Werkbudget' en een 'Werkverzekering' voorgesteld.

Werkbudget:
Voor volgen studie / financieren (zorg)verlof / inzet in periodes van inkomensdaling (b.v. deeltijdpensioen/lager betaalde functie/start onderneming). De regeling heeft de kenmerken van de Levensloop- en spaarloonregeling tegelijk, echter dat hierbij zowel sociale partners/werkgevers/werknemers meebetalen. Omdat dit weer meer kosten tot gevolg heeft is het voorstel om de maximale pensioenopbouw te verlagen, alleen nog in bijzondere omstandigheden een ontslagvergoeding toe te kennen en spaarloon/levensloop te integreren in 1-totaalregeling het Werkbudget.


Werkverzekering:
Vervanging van de huidige Werkeloosheidswet (WW) door middel van een loondoorbetalingplicht van 6 maanden ter overbrugging/re-integratie naar een nieuwe baan waarbij ook een (financiële) bijdrage van de werknemer wordt gevraagd (tot 50% van het werkbudget). De verzekering kent een opzegtermijn en z.g. transfer-periode. Na 6 maanden ontvangt de werknemer gedurende 6 maanden een uitkering vanuit de sector waarin de ex-werknemer actief was. Tenslotte geldt in bijzondere situaties een vangnetregeling welke ook voor zelfstandigen zonder personeel (ZZP-er) zal (kunnen) gaan gelden.



3. Blijvende arbeidsparticipatie
Doel is nagenoeg gelijk aan punt 2 maar wordt toegevoegd met een 'financieel gezonde en sociale samenleving'.

De voorgestelde maatregel is een (geleidelijke) verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jr. (v.a. 2016 ieder jaar 1 maand de AOW-leeftijd verhogen om in 2040 een nieuwe AOW-leeftijd van 67 jaar bereikt te hebben) én de grondslag voor loon- en inkomstenbelasting voor 65+ te verbreden, zodat er meer belastinginkomsten worden gerealiseerd. Tegelijkertijd zou de de pensioenleeftijd afhankelijk gemaakt kunnen worden van de levensverwachting.

Het - op dit moment - geldende standpunt van het Kabinet (Min. Donner) is echter om te voorkomen dat de AOW-leeftijd wordt verhoogd.

Naar het zich laat aanzien zal het rapport met aanbevelingen de komende 24 maanden concreter in plannen worden uitgewerkt. Vooralsnog blijven het voorstellen.

< terug naar boven >


Welk minimum spaargeld aanhouden?

Onverwachte uitgaven komen doorgaans op een ongelegen moment. Door het aanhouden van een financiële reserve/buffer kunt u deze kosten opvangen.

Als algemene vuistregel kunt u aannemen tenminste 3 maal uw netto-inkomen achter de hand te houden. Dit neemt niet weg dat er in uw persoonlijke
en financiële situatie meer maatwerk nodig is dat tot andere uitkomsten kan leiden.

Het NIBUD (Nat. Instituut voor Budgetvoorlichting) heeft onlangs de online bufferberekenaar geïntroduceerd. Hierbij berekent u op maat het minimum
spaarvermogen
en advies spaarvermogen. Aan de hand van enkele persoonlijke financiële gegevens berekent u concreet het spaaradvies: Wat is nodig en hoe kunt/wilt u dit bereiken?

Wenst u een complete financiële en fiscale planning voor een begroting van uw inkomen bij pensionering, vroegtijdig overlijden of ziekte/arbeidsongeschiktheid?
Pensioen Adviesbureau Gerritsen kan u van dienst zijn met de dienst "Pensioen- en inkomensanalyse. Lees meer: Pensioenconsultancy

U kunt de online (spaar)bufferberekenaar van het NIBUD vinden op: https://service.nibud.nl/bufferberekenaar/

 

< terug naar boven >


Ondernemer? Uw Oudedagsreserve of stakingswinst 2012 uit 2011

Een ondernemer mag jaarlijks maximaal 12% van de winst aan de FOR (Fiscale Oudedagsreserve) reserveren met een maximum van EUR 9.542,00 (voor 2012).

Als ondernemer bespaart u Inkomstenbelasting en beschikt u over een liquiditeitsverruiming over deze reservering, ook wel 'dotatie' genoemd. Daarentegen blijft op de gevormde reserve bij vrijval (b.v. verkoop/staken) een belastingclaim Inkomstenbelasting bestaan en bouwt u waarschijnlijk met de belastingbesparing geen daadwerkelijk pensioen op, maar investeert u dit direct weer in uw onderneming.

Afhankelijk van uw ondernemingsfase (groei, stabilisatie of afbouwen) kunt u voorsorteren op deze toekomstige belastingclaim en pensioenvermogen opbouwen door langzaam maar zeker de reserve geruisloos af te bouwen.

U kunt ervoor kiezen de (opgebouwde of nog te vormen) oudedagsreserve om te zetten in een lijfrente bij een verzekeringsmaatschappij. Ook is het mogelijk de reservering aan de FOR direct te storten in een lijfrenteverzekering of -rekening (het nieuwe banksparen: de opbouw of afbouw bankspaarlijfrente) en/of in het geheel niet voor de vorming van een Oudedagsreserve te kiezen. Uiteraard dient er wel daadwerkelijk een koopsom aan de verzekeraar/bankinstelling te worden overgemaakt.

Als ondernemer kunt u jaarlijks vóór 1 juli een afstorting van uw Oudedagsreserve realiseren en verwerken in uw jaarcijfers 2011. Tegenover de afname en vrijval van de Oudedagsreserve (in principe heffing Inkomstenbelasting) staat een even zo grote aftrek (lijfrentepremie). Per saldo vindt er een onbelaste afname plaats.

Wanneer u uw (IB)-ondernemering in 2011 heeft verkocht/gestaakt, dan hebt u daarmee waarschijnlijk een stakingswinst gerealiseerd. Deze stakingswinst kunt u omzetten naar een stakingswinstlijfrente, zodat de stakingswinst niet ineens met Inkomstenbelasting wordt belast, maar periodiek op het moment dat uw lijfrente-uitkeringen ingaan (kan direct of zelfs uitgesteld).

Ook voor de omzetting van uw stakingswinst uit 2011 naar een (stakingswinst)lijfrente, hebt u tot 1 juli van 2012 de tijd om dit te regelen.

Lees meer en vraag direct uw offerte aan:
- Fiscale Oudedagsreseve
- Stakingswinst

< terug naar boven >


Banksparen 2008


Levensverwachting Mannen / Vrouwen omhoog

De Nederlander "leeft langer dan gedacht" is een van de resultaten van het "Sterfte Overleven" onderzoek dat het Actuarieel Genootschap (AG) op korte termijn afrondt. Volgens de nieuwste overlevingstafels is de levensverwachting van mannen 82,8 en die van vrouwen 84,5 jaar in 2050.

Nederlandse mannen leven in 2050 zes jaar langer dan nu. Voor vrouwen is dat drie jaar. Dat heeft het Actuarieel Genootschap (AG) berekend.

Omdat mensen ouder worden, verwacht het AG dat de pensioenpremies omhoog gaan, maar de prijs voor overlijdensverzekeringen juist omlaag. Jan Donselaar, voorzitter van de werkgroep Sterfte en Overleven van het genootschap, zei dinsdag 24 oktober 2006 dat het AG eens in de vijf jaar de overlevingstabellen aanpast. Daarin staat hoe groot de kans is dat iemand op een bepaalde leeftijd komt te overlijden.

`Nu mensen ouder worden, is de kans steeds groter dat ze hun pensioen halen, dus gaan de premies omhoog`, aldus Donselaar. `Maar omdat ze ouder worden, dragen ze langer premie af voor hun overlijdensverzekering. Die wordt dus goedkoper.`

De verzekeringswiskundigen verwachten dat mannen in 2050 82 jaar oud worden. Vrouwen komen uit op 84,5 jaar. Die cijfers wijken af van een eerdere voorspelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek. `Zij werken aan een nieuwe voorspelling. De rekenmethode van het AG is anders, maar ik hoop dat we op hetzelfde uitkomen`, zegt Donselaar. Het Verbond van Verzekeraars verwacht niet dat premies omhoog gaan omdat mensen ouder worden.

< terug naar boven >


Werkgever en WGA-eigen-risico-dragen

Vanaf 2007 kunnen werkgevers het risico op gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid (WGA-risico) van hun werknemers 10 jaar lang zelf dragen. De werkgever betaalt zelf de WGA-uitkering en/of verzekert dit risico bij een particuliere verzekeraar.
Een alternatieve keuze voor de werkgevers is de publieke verzekering bij het UWV.

U kunt 2 maal per jaar kiezen voor het uittreden uit het publieke bestel (dit betekent: U wordt eigen risico drager en u gaat dit risico of zelf dragen of herverzekeren). Dit kan voor 1 april en 1 november om vervolgens per 1 juli of 1 januari eigen risicodrager te zijn.

De duur van het eigen-risico-dragen was in 2006 vastgesteld op 4 jaar. De Tweede Kamer heeft Minister de Geus in juli 2006 groen licht gegeven om een langere termijn vast te stellen. De duur van het WGA-eigen-risico-dragen wordt voor alle uitkeringen die ingaan vanaf 1-1-2007 10 jaar.

De Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) is een onderdeel van de WIA, de opvolger van de WAO sinds 1 januari 2006.

Lees hier onze special: Wetenswaardigheden: WGA-Eigen risico drager worden?

Advies en aantrekkelijke aanbiedingen?

Telefoon  (0316) 285 115
E-mail  info@pabg.nl
Contactformulier  Online

< terug naar boven >


Ontwikkeling rondom de nieuwe Pensioenwet 2007


Bedrijven kiezen voor kwaliteit in Arbo-dienstverlening

Dit blijkt uit de Werkgeversmonitor arbeidsomstandigheden, welke Staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.

Kwaliteit is de doorslaggevende factor bij de invulling van de Arbo-dienstverlening. Maatwerk staat daarbij voorop. De monitor laat zien dat vrijwel iedere werkgever is aangesloten bij een Arbo-dienst.

Bedrijven tot 15 medewerkers geven aan vaker moeite te hebben met de verplichtingen die voortvloeien uit de Arbowet. Grote werkgevers hebben doorgaans een Arbo-coördinator aangewezen.

Uw totaaloplossing?

Een pakket die uw personele verzuimrisico's beperkt, ondersteunt bij uw verzuimbeleid, de procesmatige en administratieve ballast uit handen neemt:

√ Het dienstenpakket, geautomatiseerde gegevensverwerking en regie bij ziekteverzuim leveren een aantrekkelijke besparing op uw ziekteverzuimkosten
√ Eén aanspreekpunt voor het verzuimproces vanaf de eerste ziektedag tot reïntegratie/werkhervatting

Meer weten?

< terug naar boven >


Wat is uw pensioeninkomen?

Pensioenplanning is maatwerk. Uw gezinssituatie, levensloop, carrière, vermogen en pensioen- en inkomensvoorzieningen vormen uiteindelijk uw totale pensioenresultaat. Wat is in samenhang uw netto-besteedbaar-inkomen, rekening houdend met al uw voorzieningen en de sociale/fiscale aspecten?

Door middel van een pensioen- en inkomensanalyse brengen wij samen met u in beeld wat uw financiële positie is in voorkomende situaties zoals:

Inkomen tijdens (flexibele) pensionering
Inkomen voor uw nabestaanden/kind(eren) bij vroegtijdig overlijden en overlijden na pensioendatum
Inkomen tijdens ziekte/arbeidsongeschikt gedurende uw carrière en de effecten op uw toekomstig (pensioen)inkomen.

Aan de hand van het rapport kunt u bewuste keuzes maken welke situaties in hoeverre uw nadere aandacht verdienen en uw (bestaande) voorzieningen daarop afstemmen zodat dit (weer goed) aansluit.

Een pensioen- en inkomensanalyse verlenen wij op uurbasis. Aan de hand van uw situatie maken wij een inschatting van de te verwachten tijdsbesteding, oftewel kosten voor het advies.

 
Samenvatting project pensioenadvies
 
   Inventarisatie van uw situatie, financiële positie, doelstellingen, risicobereidheid en kennis/ervaring
Analyse en controle van uw bestaande voorzieningen (eigen woning/hypotheek/pensioenen/levensverzekeringen/overig vermogen/schulden) in aansluiting op de inventarisatie (zie vorige)
Verwerken van de prestaties in een financieel/fiscaal/sociaal overzicht: Pensioenrapportage bij ouderdom/overlijden/arbeidsongeschiktheid waarin netto-besteedbaar inkomen
Conclusies van de prestaties in aansluiting op uw doelstelling(en) en indien relevant, aanbevelingen voor oplossing(en)
 
Meer informatie?
 
   Bel of maak gebruik van ons contactformulier

< terug naar boven >




Cijfers 2012: Box I - Inkomstenbelasting

Soorten inkomsten Inkomen vanaf Inkomen tot Belasting < 65 jaar Belasting > 65 jaar
 Winst uit onderneming
 Loon / Pensioen / Sociale uitkeringen
√  Resultaat uit overige werkzaamheden
 Periodieke uitkeringen
 Negatieve uitgaven / Eigen woningforfait
 Minus aftrekposten/uitgaven
€ 0,00 € 18.945,00 33,10% 15,20%
€ 18.945,00 € 33.863,00 41,95% 24,05%
€ 33.863,00 € 56.491,00 42,00% 42,00%
€ 56.491,00 > 52,00% 52,00%

< terug naar boven >


Cijfers 2012: Box I - Heffingskortingen

Soort heffingskorting Voorwaarden < 65 jaar > 65 jaar
Algemene heffingskorting

Iedere belastingplichtige

€ 2.033,00

€   934,00

Arbeidskorting Loon / Salaris / Winst onderneming / Resultaat uit overige werkzaamheden € 1.611,00 (max) €   934,00
Doorwerkbonus (leeftijd op 1 januari van het jaar!) Belastingplichtigen in arbeidsproces 61 jr. en > over inkomen boven € 9.295,-    
Doorwerkbonus 61 jr. (1,5%)   Max. €    719,00  
Doorwerkbonus 62 jr. (6%)   Max. € 2.873,00  
Doorwerkbonus 63 jr. (8,5%)   Max. € 4.070,00  
Doorwerkbonus 64 jr. (2%)   Max. €    958,00  
Doorwerkbonus 65 jr. (2%)    Max. € 958,00
Doorwerkbonus 66 jr. of ouder (1%)    Max. € 479,00
Ouderenkorting Op 31-12 van het jaar 65 jaar en tot een bepaald inkomen n.v.t. €   762,00
Alleenstaande ouderenkorting Recht op AOW-uitkering voor alleenstaanden (geen inkomensgrens) n.v.t. €   429,00
Jonggehandicaptenkorting In aanmerking komen voor Wajong-uitkering €   708,00 n.v.t.
Levensloopverlofkorting Per jaar van deelneming gelijk aan opname maar ten hoogste €   205,00
Ouderschapsverlofkorting Wettelijk recht op ouderdschapsverlof en deelnemen aan Levensloopreg. Per verlofuur €      4,18 p/u (berekening over dagen x 50%)
Korting maatschappelijk beleggen Groene beleggingen en sociaal ethische beleggingen

0,70% van de vrijstelling Box III

Korting beleggingen in durfkapitaal Directe belegging in durfkapitaal

0,70% van de vrijstelling Box III

< terug naar boven >


Cijfers 2012: Box II - Aanmerkelijk belang en Vennootschapsbelasting

Kenmerken

Belastingpercentage

Hiervan is sprake indien u tenminste 5% aandelen van een BV/NV bezit. Aanmerkelijk belang 25%
Winst bedraagt tot € 200.000,00
Winst bedraagt meer dan € 200.000,00
20,00%
25,50%
Gebruikelijk loon 2012 € 42.000,00 (Aanmerkelijk belang, min. 5% aandelenbezit)

< terug naar boven >
 

Cijfers 2012: Box III - Vermogensrendementsheffing

Kenmerken

Belastingpercentage

Heffingsvrij vermogen

Waarde bezittingen

4% rendement over de rendementsgrondslag belast met 30%

Basisvrijstelling per belastingplichtige € 21.139,00
Min: Schulden ('doelmatigheidsdrempel' leningsom va. € 2.900,00 x 2 voor partners)  Verhoging:
Per minderjarig kind
Vervallen m.i.v. 2012
Min: heffingsvrij vermogen (kan in voorkomende gevallen worden verhoogd met ouderentoeslag, zie onder)     
    
Uitvaartverzekering
  €     6.859,00 
Maatschappelijke beleggingen €   56.420,00
Beleggingen in durfkapitaal €   56.420,00
Kapitaalverzekering gesloten voor 14-09-1999 € 123.428,00
    
Einde jaar 65 en rendementsgrondslag < € 275.032,00? Ouderentoeslag (extra heffingsvrij vermogen) Toeslag vrij vermogen
x 2 voor fiscale partners Inkomen tot € 14.302,00 € 27.984,00
  Inkomen vanaf € 14.302,00 tot € 19.895,00 € 13.992,00
  Inkomen vanaf  € 19.895,00 nihil

< terug naar boven >

 

Cijfers 2012: Vrijstelling Erfbelasting

Verkrijger

Bedragen vrijgesteld

Bijzonderheden

Gehuwd / Geregistreerd partner / Samenwonend (max.)

€ 603.600,00

Minimum na imputatie € 155.930,00 (waarde pensioen, lijfrente, periodieke uitkeringen voor 50% bij echtgenoten)
(Pleeg)Kind

€ 19.114,00

 
Kind ziek/gehandicapt € 57.342,00  
Kleinkind € 19.114,00  
Ouders € 45.270,00  
Overige verkrijgers

€ 2.012,00

 


< terug naar boven >


Franchise pensioenregelingen 2013

 Omschrijving    Bedrag 2013 Bedrag 2012  Bedrag 2011 Bedrag 2010  Bedrag 2009  Bedrag 2008  Bedrag 2007  Bedrag 2006  Bedrag 2005  Bedrag 2004
 Gehuwd 10/7 (Werknemers- e/o DGA verzekerd pensioen) € 13.227,00 € 13.062,00 € 12.898,00 € 12.673,00 € 12.465,00 € 12.209,00 € 11.872,00 € 11.566,00 € 11.354,40 € 11.366,23
 Ongehuwd 10/7 (DGA pensioen in eigen beheer) € 19.301,00 € 18.980,00 € 18.738,00 € 18.427,00 € 18.144,00 € 17.804,00 € 17.324,00 € 16.907,00 € 16.587,43 € 16.543,89

< terug naar boven >


Fiscale Oudedagsreserve zelfstandig ondernemers 2012

 Reservering aan de Fiscale Oudedagsreserve  Maximale reservering
12% van de winst € 9.542,00 in 2012 en "saldo stand oudedagsreserve" tot maximaal het ondernemingsvermogen

< terug naar boven >


Lijfrenteverzekeringen 2012

 Lijfrenteverzekeringen: Verschillende regimes / vormen / voorwaarden / lijfrente premie aftrek
 

Lijfrentevormen Oud regime lijfrente Brede herwaardering lijfrente Wet IB-2001 lijfrente
    Duur, hoogte en ingang vrij, mits voldoen aan 1%-sterftekans    

 Oudedagslijfrente n.v.t. - Levenslang
- Aan belastingplichtige die aftrek
  heeft genoten
- Ingangsdatum vrij
- Levenslang
- Aan belastingplichtige die aftrek
  heeft genoten
- Ingangsdatum uiterlijk 70 jaar
  (m.u.v. zelfstandige)
 Overbruggingslijfrente (zie ook: Overgangsrecht 2006) n.v.t. - Bij eerdere pensionering uiterlijk
|  tot 65 jaar
- Maximum uitkering p.jr.
  € 63.288,00
- Bij eerdere pensionering of
 
uiterlijk tot 65 jaar
- Maximum uitkering p.jr.
  € 63.288,00
- Alleen mogelijk voor aftrekbare
  premies t/m 2005
 Tijdelijke oudedagslijfrente n.v.t. - Niet eerder dan op 65 jaar
- Minimale duur: 5 jaar
- Maximum uitkering p.jr.
  € 20.953,00
- Niet eerder dan op 65 jaar
- Ingangsdatum uiterlijk 70 jaar
  (m.u.v. zelfstandige)
- Minimale duur: 5 jaar
- Maximum uitkering p.jr.
  € 20.479,00
 Nabestaandenlijfrente n.v.t.


 
- Ingang bij overlijden
  belastingplichtige of partner
  uiterlijk na einde recht op ANW
  (partner, niet zijnde naaste
  verwant), tijdelijk (1%-
  sterftekans)
- Bij naaste aanverwant, bijv. kind
  (eren) tot 30 jaar, tijdelijk, anders
  levenslang
- Begunstigde is
  belastingplichtige of partner
- Ingang bij overlijden
  belastingplichtige of partner
  uiterlijk na einde recht op ANW
  (partner, niet zijnde naaste
  verwant), tijdelijk (1%-
  sterftekans)
- Bij naaste aanverwant, bijv. kind
  (eren) tot 30 jaar, tijdelijk, anders
  levenslang
- Begunstigde is
  belastingplichtige of partner
 Lijfrente voor meerderjarige invalide kinderen - Ingang meerderjarigheid kind
- Einddatum overlijden kind
- Aftrek onbeperkt
- Ingang meerderjarigheid kind
- Einddatum overlijden kind
- Aftrek onbeperkt
- Ingang meerderjarigheid kind
- Einddatum overlijden kind
- Aftrek onbeperkt
 Emigratie Geen heffing NL, wel o.b.v. Verdrag in veelal woonland - Conserverende aanslag
  ongeacht totaal aan premies
- Invordering mogelijk binnen 10
  jr.
- Belast is waarde economisch
  verkeer van de aanspraak
- Revisierente 20%
- Conserverende aanslag
  ongeacht totaal aan premies
- Invordering mogelijk binnen 10
  jr.
- Belast is waarde economisch
  verkeer van de aanspraak
- Revisierente 20%
 Afkoop / Vervreemding Geen extra sancties - Negatieve persoonlijke verplichting (=bijtelling op
  inkomen t.h.v. in aftrek gebrachte premies)
- Interestbestanddeel belast
- Revisierente 20%
- Let op: Afkoop "kleine lijfrente" alleen IB-heffing.
  Waarde lijfrente (per aanbieder) € 4.242,- of minder
  bedraagt, dan deze zonder sancties (wel IB-heffing)
  worden afgekocht.
- Negatieve persoonlijke verplichting (=bijtelling op
  inkomen t.h.v. in aftrek gebrachte premies)
- Interestbestanddeel belast
- Revisierente 20%
- Let op: Afkoop "kleine lijfrente" alleen IB-heffing.
  Waarde lijfrente (per aanbieder) € 4.242,- of minder
  bedraagt, dan deze zonder sancties (wel IB-heffing)
  worden afgekocht.

 Lijfrentepremie-aftrek (Jaarruimte & Reserveringsruimte, cijfers 2012)

  Jaarruimte:
17% van de max. grondslag (inkomen 2011 minus franchise € 11.829,-) € 162.457,- tot een maximum aftrek jaarruimte van € 27.618,-.
Berekening: Samenstel van inkomen, pensioenopbouw, reservering oudedagsreserve en spaarloon in pensioen
  Reserveringsruimte maximaal € 6.989,00 indien < 55 jaar / € 13.802,00 indien > 55 jaar - Berekening idem jaarruimte, met gegevens uit voorgaande jaren

< terug naar boven >


Overgangsrecht overbruggingslijfrente 2006


Een overbruggingslijfrente is een tijdelijke lijfrente-uitkering die ingaat vóór uw 65 jarige leeftijd en stopt op het moment dat uw pensioenuitkering ingaat of - bij het ontbreken daarvan - uiterlijk op uw 65-ste levensjaar. Kortom: een (particuliere) inkomensaanvulling om vroegpensioen te financieren.

Zoals het Kabinet de VUT/Pre-pensioen mogelijkheden (het vroepensioen) beperkt, zal er vanaf 1 januari 2006 ook geen mogelijkheid meer bestaan om de premie voor het opbouwen van een kapitaal voor een overbruggingslijfrente aftrekbaar te stellen.

Polissen die in 2006 zijn/worden afgesloten maar waarvan de premie over het jaar 2005 aftrekbaar wordt gesteld (ook wel 'terugwentelen' genoemd) worden geacht op 31 december 2005 te zijn afgesloten. Deze polissen vallen dus nog onder het overgangsrecht.

Hoe nu verder?

Heeft u een bestaande premiebetalende polis?
Wanneer u ook na 2006 premie blijft betalen, kan alleen de waarde van de polis per 31-12-2005 worden gebruikt voor een overbruggingslijfrente. De waardetoename vanaf 1 januari 2006 (premie + rendement) kan in de toekomst alleen nog een andere lijfrentevorm worden gekozen.

Heeft u een bestaande (of sluit u een nieuwe) koopsompolis (bedrag ineens storten)?
Indien er sprake is van een lijfrenteverzekering tegen koopsom (afgesloten vóór 1 januari 2006 of in 2006 maar terugwentelen over het fiscaal jaar 2005) dan kan het gehele lijfrentekapitaal worden aangewend voor een overbruggingslijfrente (dus inclusief rendement na 31-12-2005).

< terug naar boven >



WAO = WIA sinds 2006 (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen)


De WIA is sinds 1 januari 2006 de opvolger van de oude WAO (uit 1967). De wet bestaat uit twee delen:
1. de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)
2. de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).

 Lees meer
 Werknemer
 Werkgever

< terug naar boven >


Levensloopregeling (wordt vervangen door Vitaliteitsregeling, behoudens overgangsrecht (informatie volgt nog).

 Uitvoering & Kenmerken       

Samenvatting naar de regeling zoals deze tot 31-12-2011 gold
 Vanaf 1 januari 2006 een wettelijk recht voor werknemers én DGA's periodes van onbetaald verlof te sparen
 U spaart via uw brutoloon (maximaal) 12% per jaar tot een saldomaximum van 210% van uw bruto jaarloon (oftewel: 2 jaar en 1 maand verlof)
 Bent u op 01-01-2005 ouder dan 50 jaar, maar jonger dan 55 jaar? Dan mag u meer dan 12% per jaar sparen, het maximum van 210% blijft wel gelden
 Over de inhouding op het brutoloon wordt geen loonbelasting geheven, maar wel premies werknemersverzekeringen (WW en WIA) ingehouden tot het maximum loon (€ 45.017,00)
 Alleen sparen in geld is toegestaan (niet in tijd/vrije dagen)
 Over het spaartegoed is géén Vermogensrendementsheffing verschuldigd (vrijgesteld), u bespaart loonbelasting tijdens de spaarperiode, de toekomstige uitkering valt in Box I (Inkomstenbelasting)
 Het spaartegoed kan voor elk verlofdoel worden aangewend, óók voor vervroegde uittreding
 Het spaarsaldo mag, na opname, tot het maximum (210% van uw bruto jaarloon) worden aangevuld
 Opname van verlof enkel in overleg tussen werkgever en werknemer
 Over de uitkering (lees: opname) is Inkomstenbelasting en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd, m.u.v. werknemerspremies (WW en WIA)
 Bij opname hebt u recht op een levensloopverlofkorting (heffingskorting) van max. € 188,00 per deelgenomen jaar
 Opname voor ouderschapsverlof geldt een heffingskorting van 50% bruto minimumloon per opgenomen verlofdag (ongeveer € 30,00 per dag)
Relatie met Spaarloon? Jaarlijkse keuze tussen spaarloonsparen of levensloopsparen voor 1 januari van elk jaar
 Staat uw pensioenreglement toe het pré-pensioen af te kopen?
 Dan kunt u het afgekochte pré-pensioenrecht bruto overdragen naar de levensloopregeling waarbij het maximum van 210% van uw bruto jaarsalaris geldt

< terug naar boven >


Ontslagvergoeding en eindheffing

In december 2005 is een besluit genomen over de belastingheffing ontslagvergoedingen. Dit besluit gaat in op de vraag in welke situaties een vergoeding wordt verstrekt of bedongen zonder dat daarvoor de werkgever een eindheffing (artikel 32aa Wet Loonbelasting) verschuldigd is.

Het besluit treedt op 1 januari 2006 in werking. Dienstbetrekkingen die tegen de maximaal wettelijke opzegtermijn zijn opgezegd of waar ontslag overeengekomen is, in 2005 blijven onaangetast.

Voor 2006 geldt dat er eerst wordt gekeken of de ontslagvergoeding niet wordt toegekend om eerder te stoppen met werken. Als dat niet het geval is, dan geldt:
- reorganisatie (afslankingsoperatie / opheffing van een afdeling met het oog op vermindering van het personeelsbestand op basis van objectieve criteria
  zoals het lifo-systeem of het afspiegelingsbeginsel);
- individueel ontslag; 
- niet leeftijdsgebonden (niet gericht op m.n. oudere werknemers).

Uitkeringen die gedaan worden welke voldoen aan de voorgaande criteria, vallen buiten de eindheffing.

In de meeste gangbare situaties zal er geen sprake zijn van een regeling voor vervroegd uittreden (waarbij dus wel eindheffing verschuldigd is). Overigens is het de werkgever die de eindheffing moet betalen, de werknemer kan hierdoor niet getroffen worden.

Om zekerheid te krijgen of een uitkering buiten de eindheffing valt, kan de werkgever een verzoek voor een beoordeling indienen bij de regionale belastinginspecteur.


Meer informatie over uw gouden-handdruk...

< terug naar boven >


Termijn pensioenoverdracht naar nieuwe werkgever verruimd

Wanneer u van baan verandert heeft u voortaan 6 maanden (voorheen 2 maanden) de tijd om te overwegen of u uw opgebouwde pensioenaanspraken bij u laatste werkgever wil overdragen naar de pensioenregeling van uw nieuwe werkgever.

Tegelijkertijd wordt de periode die de pensioenuitvoerder van de laatste werkgever heeft om de waarde over te dragen naar de nieuwe pensioenuitvoerder beperkt naar 1 week.

Of waarde-overdracht zinvol is, is het belangrijk goed na te gaan wat de voorwaarden en condties van de oude en nieuwe pensioenregeling zijn. Als Registerpensioenadviseur kunnen wij u hierbij uitstekend adviseren. Voor advies kunt u bellen met
0316 - 285 115 of maak gebruik van ons online contactformulier

< terug naar boven >


Verplichting Arbo-dienst vervalt

Per 01 juli 2005 is de verplichte aansluiting bij een gecertificeerde Arbo-dienst vervallen. Bedrijven hebben thans steeds meer vrijheid bij het regelen van preventie en ziekteverzuim binnen de eigen organisatie en daarmee de inkoop van Arbo-deskundigheid.

Met toestemming van de werknemers mag
de werkgever zelf de preventie en begeleiding van ziekteverzuim regelen of een andere partij hiervoor inschakelen.

Bedrijven krijgen dus de mogelijkheid bij de Arbo-dienst weg te gaan als ze 'alternatieve' Arbo-dienstverlening op een adequate wijze organiseren. Ook verzekeraars, brancheorganisaties en reïntegratiebedrijven mogen Arbo-diensten aanbieden. De (alternatieve) Arbo-dienstverlening (Maatwerkregeling) dient met voldoende kennis van zaken te worden aangepakt. Zo zal er altijd een contract moeten zijn met een bedrijfsarts voor begeleiding van ziekteverzuim.

Lees meer over eigentijdse ziekteverzuimvoorzieningen. Wilt u meer informatie, dan kunt u bellen met (0316) 285 115 of maak gebruik van ons contactformulier.

Samenvatting maatregelen en keuzes
Standaard- of Maatwerkregeling? Risico- Inventarisatie en -Evaluatie  Interne preventiemedewerker En (n)u?
Arbo-ondersteuning intern regelen of een andere partij daarvoor inschakelen:

Deze alternatieve Arbo-dienstverlening wordt de
Maatwerkregeling genoemd.

Blijft een werkgever bij de gecertificeerde Arbo-dienst of wordt er niet voor de maatwerkregeling gekozen, dan wordt gesproken over de
Standaard- ook wel Vangnetregeling.
Afschaffing toets voor bedrijven met
< 10 werknemers, onder voorwaarde dat de branche- of sector RIE wordt uitgevoerd. Zie daarvoor de website
www.rie.nl

Risico's hebben betrekking op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn.

Voor bedrijven vanaf 26 werknemers veranderen de toetsingsregels niet. Zij dienen de RIE voor te leggen aan deze Arbo-deskundige en deze dient een bedrijfsbezoek af te leggen.

Bedrijven dienen meer gebruik te maken van deskundigheid in het bedrijf zelf bij de zorg voor goede arbeidsomstandigheden en het voorkomen van ziekteverzuim.

Werkgevers dienen zich te laten bijstaan door één of meer deskundige werknemers (preventiemedewerkers) die verstand hebben van veiligheid en gezondheid bij de dagelijkse werkzaamheden in het eigen bedrijf.

Bij kleinere bedrijven (< 15 werknemers) mag dat ook de werkgever zijn.
Ook al is de verplichte aansluiting bij de Arbo-dienst van de baan, de werkgever blijft verantwoordelijk voor een breed scala aan wettelijke regels en verplichtingen.

Uw zorgplicht goed geregeld!
Als specialist is PABG uw partner voor een praktische vertaalslag binnen de 'regeljungle'.

Een integrale aanpak voor pensioen, zorg en inkomen.

Lees meer over uw ziekteverzuim-voorzieningen en neem gerust eens contact met ons op.

Bel
(0316) 285 115 of maak gebruik van ons contactformulier
.

< terug naar boven >


Fiscale aftrek lijfrentepremie uiterlijk op 31-12 ieder jaar betaald

In 2004 is de termijn voor het aftrekbaar stellen van lijfrentepremies (of koopsommen) voor de jaarruimte verkort van 6 maanden naar 3 maanden. Met ingang van 2012 is er helemaal geen sprake meer van een z.g. "terugwentelingstermijn". Dit betekent dat de lijfrentepremie uiterlijk op 31 december van elk jaar aan de verzekeraar dient te zijn overgemaakt (van uw rekening is afgeschreven) om de lijfrentepremie fiscaal aftrekbaar te stellen van uw belastbare inkomen over dat betreffende jaar.

Voor zelfstandig ondernemers: Dit geldt niet voor de Fiscale Oudedagsreserve en de Stakingswinstaftrek. Daar is de uiterste termijn 1 juli van elk jaar (kortom: onveranderd).

Als Registerpensioenadviseur (RPA) beschikken wij over diepgaande kennis op het gebied van pensioenregelingen in actuariële, financiële, juridische en fiscale zin.


Bij ons adviesbureau kunt u terecht voor raadgeving, begeleiding en actieve nazorg bij:
- bestaande of implementatie van nieuwe pensioencontracten
- wijzigingsvoorstellen / aanpassingen aan nieuwe wet- en regelgeving

Voor advies kunt u bellen met
0316 - 285 115 of maak gebruik van ons online contactformulier

Lees meer over uw lijfrente- of koopsomverzekering(en):

DGA
Zelfstandig ondernemer
Werknemer/Particulier


< terug naar boven >


Duur WW-uitkering op basis van feitelijk arbeidsverleden (i.p.v. leeftijd)

Voorheen was het aantal jaren dat u gedurende de laatste 5-kalenderjaren heeft gewerkt van belang. Verliest u uw baan, dan heeft recht op een WW-uitkering van 70% laatstverdiende loon wanneer u in minimaal 4-van-de-5-kalenderjaren over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen. Hoe ouder u bent, des te langer de uitkering duurt.

Het aantal daadwerkelijk gewerkte jaren wordt geleidelijk meer van invloed op de duur van een werkloosheidsuitkering. Voor de duur van een uitkering kijkt het UWV naar de opbouw van het feitelijk arbeidsverleden vanaf 1998. Voor de jaren vóór 1998 wordt teruggekeken tot en met het kalenderjaar waarin u achttien jaar werd. Dit heet het fictieve arbeidsverleden. Het totaal omvat volgens de duur van de langere WW-uitkering.

Voor de meeste werknemers verandert er weinig, omdat ze sinds 1998 (onafgebroken) aan het werk zijn.

In de nieuwe regeling geldt dat de jaren die iemand besteedt aan de verzorging van kinderen tot 5 jaar voor de helft meetellen als jaren waarin is gewerkt. Over 2005 en 2006 tellen deze jaren voor 75% mee, terwijl voor de periode 1998 tot en met 2004 volledige meetelling geldt.

Het wetsvoorstel gaat op 1 januari 2005 in.

WW-uitkering en mogelijkheden van uw gouden handdruk? Lees meer...
Vragen of meer informatie? Bel met 0316 - 285 115 of maak gebruik van ons contactformulier.

< terug naar boven >


Overige actualiteiten rondom de WW-uitkering

Wat verandert er in de WW?

Op 28 juni 2006 heeft het Kabinet ingestemd met de wijzigingen in de WW vanaf 1 oktober 2006:

In de nieuwe WW wordt de maximale uitkeringsduur verkort van 5 jaar tot 3 jaar en 2 maanden welke maximale duur wordt bereikt
bij een arbeidsverleden van 38 jaar. De WW-uitkering gaat in de eerste 2 maanden omhoog naar 75% van het loon. Vanaf de 3e maand
bedraagt de uitkering 70% van het loon.

WW

De wijziging van de WW in de vorm van aanscherping van de wekeneis en verhoging van de uitkering naar 75% gedurende de eerste twee maanden was al door het parlement aanvaard en gaat gewoon door. Dat betekent dat ook de doorwerking naar de WIA gewoon plaats zal vinden. Die doorwerking wordt overigens pas per 1.1.2008 effectief.

Voor werknemers die wel aan de wekeneis voldoen, maar niet aan de eis dat zij minimaal 4 van de laatste 5 kalenderjaren over minimaal 52 dagen
loon hebben ontvangen, geldt een kortdurende uitkering. Deze kortdurende uitkering van 6 maanden tegen 70% van het minimumloon, wordt omgezet
in een op het loon gebaseerde uitkering van 3 maanden.

Na deze omzetting en de eerdere afschaffing van de vervolguitkering kent de WW nog maar één soort uitkering.

Het voorstel voorziet verder in een soepeler toets of werkloosheid de werknemer te verwijten is. Het wordt de werknemer niet langer aangerekend dat
hij/zij zich neerlegt bij zijn ontslag. Het wetsvoorstel verduidelijkt ook hoe omgegaan moet worden met verwijtbare werkloosheid bij een ontslag als
gevolg van verwijtbaar gedrag richting de werkgever. De WW-uitkering wordt in dat geval alleen geweigerd als het gedrag een dringende reden
voor ontslag is.

De wetswijziging waarover de Eerste Kamer op 28 juni 2006 heeft besloten, maakt deel uit van een pakket aan maatregelen van drie wetsvoorstellen.

Het eerste voorstel, een aanscherping van de toegang tot de WW, is per 1 april 2006 ingegaan. Verder komt er voor werknemers die werkloos worden
als zij 50 jaar of ouder zijn, een aparte inkomensvoorziening na afloop van de WW (de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen, IOW).

Het wetsvoorstel voor de IOW wordt na de zomer bij de Tweede Kamer ingediend.


WW-uitkering en mogelijkheden van uw gouden handdruk? Lees meer...
Vragen of meer informatie? Bel met 0316 - 285 115 of maak gebruik van ons contactformulier.

< terug naar boven >



Toekomstwijzigingen en úw (bestaande) contracten?

 Wat kunnen wij voor u betekenen?
Bestaande VUT, Pré- en oudedagspensioen binnen uw pensioenregeling sociaal, fiscaal en juridisch toetsen (werkgevers)
Fiscale ruimte pensioenbijsparen beoordelen en desgewenst implementeren (werkgevers & werknemers / collectief & individueel)
Vroegpensioen wordt maatwerk voor werknemers < 55 jaar (werkgevers & werknemers)
Levensloop collectief en/of individueel (werkgevers & werknemers)
Een deskundig oordeel, begeleiding en nazorg voor bestaande en/of nieuwe contracten pensioen-, zorg- en inkomensvoorzieningen
Neemt u gerust eens contact met ons op voor een oriënterend gesprek of meer informatie.

< terug naar boven >


Logo&Huisstijl ontworpen door Connexx Reclamebureau Copyright © 2012 - Pensioen Adviesbureau Gerritsen Disclaimer&Privacy